Toespraak door Jan van Zanen ter gelegenheid van 100 jaar Haagse Schaakvereniging, 14 februari 2026
Geacht bestuur,
Geachte leden,
Beste allemaal,
Het bereiken van de honderdjarige leeftijd is niet iedereen gegeven, of het nu gaat om mensen of verenigingen.
Een van de zaken die het burgemeesterschap zo aardig maken, is het feit dat je in zulke gevallen op bezoek mag komen bij de jubilaris – als die daar tenminste prijs op stelt…
U heeft mij uitgenodigd om samen met u stil te staan bij het eeuwfeest van de Haagse Schaakvereniging, en dat doe ik dan ook graag.
1926: het jaar waarin niet alleen de Haagse Schaakvereniging werd opgericht, maar ook in de Grote Marktstraat de Bijenkorf werd geopend.
Opgetrokken in de markante stijl van de Amsterdamse School én met een primeur: roltrappen, de allereerste van Nederland.
In 1926 promoveerde ook Max Euwe, schaakgrootmeester, in Amsterdam cum laude op een proefschrift met de voor leken indrukwekkende titel ‘Differentiaalvarianten van twee covariante vectorvelden met vier veranderlijken’.
Terug naar Den Haag.
De heer Pelt, herenkapper en enthousiast schaker, sprak tijdens het knippen in zijn zaak heel wat heren die wel wat zagen in een schaakvereniging.
En zo kwam het dat in zijn kapperszaak aan de Hoefkade de oprichtingsvergadering plaatsvond van de Haagse Schaakvereniging, op woensdag 8 februari 1926.
De contributie werd vastgesteld op 15 cent plus 3 cent, dit om schaken mogelijk te maken voor werklozen en ook om een financiële buffer op te bouwen.
Uitvoerig werd ook gesproken over de naam van de vereniging.
De naam ADO (Alles Door Oefening) werd bijna gekozen, maar men wilde niet verward worden met de toen al bestaande voetbalvereniging ADO.
De naam werd dus Haagsche Schaakvereniging, uiteraard nog met ‘sch’.
In de beginperiode waren er 12 leden, maar de vereniging groeide snel; meneer Pelt deed voortdurend aan ledenwerving in zijn kapperszaak.
Als speelavond werd de maandag gekozen, en dat is altijd zo gebleven tot op de dag van vandaag.
Een jaar later meldden zich ook de eerste vrouwen, die eveneens de schaaksport wilden beoefenen.
Het bestuur durfde daar geen besluit over te nemen en legde de vraag aan de leden voor.
Maar helaas voor de dames: de herenschakers vonden de schaaksport niet geschikt voor vrouwen.
Het waarom wordt in de archieven niet vermeld.
Sinds wanneer zijn vrouwen wél welkom?
Maak een sprong in de tijd, naar de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen de vereniging nieuw leven werd ingeblazen en de leden gingen deelnemen aan de landelijke competitie.
In die periode toonde de al genoemde Max Euwe belangstelling voor de Haagse Schaakvereniging.
Uiteindelijk koos hij toch voor een Amsterdamse schaakvereniging, omdat daar zijn wortels lagen.
In de loop van de afgelopen 100 jaar heeft de Haagse Schaakvereniging verschillende speellocaties gekend.
Bijvoorbeeld hotel-restaurant Sans Souci, ‘zonder zorg’, aan de Regentesselaan, waar van 1935 tot 1973 werd geschaakt.
Daar konden de schakers (nog altijd alleen heren) na een zware partij of te veel drank tegen een vergoeding van 1 gulden 25 overnachten.
Is daar ook gebruik van gemaakt?
Er volgden nog vele locaties, onder meer de meelzolder van de bekende broodfabriek Hus en het voormalig gemeentelijk badhuis aan de Escamplaan, waar inmiddels de wijkvereniging Zuiderpark zijn intrek had genomen.
Toen die vorig jaar na bijna driekwart eeuw ophield te bestaan, volgde de verhuizing naar het clubhuis van Achilles.
En vonden de schakers onderdak bij de korfballers.
Geachte aanwezigen,
Mijn hartelijke felicitaties met dit mooie jubileum.
Met veel plezier reik ik de Haagse Schaakvereniging de Stadspenning van de gemeente Den Haag uit.
En ik wens u toe dat de Haagse Schaakvereniging nog vele jaren de nobele schaaksport voor veel Hagenaars en Hagenezen mag blijven organiseren.