Gelukwens door Jan van Zanen bij het 175-jarig bestaan van sociëteit De Vereeniging, 1 mei 2026
Mijne heeren (met dubbele ‘e’, net als in De Vereeniging),
Iets vooraf.
Toonde zojuist bij de ingang aan de heren Frans van den Heuvel en Kees Berends mijn verzameling Ooievaarsdassen – aangeschaft bij de firma F.G. Van den Heuvel hier ter stede – in de meest uiteenlopende kleuren.
Begreep namelijk dat het verzoek was om in ooievaarsdas te komen.
Kon niet kiezen uit de veelheid aan ooievaarsdassen, koos daarom voor de das van uw sociëteit …
Mijne heeren, ter zake.
‘Gezelligheid en vrolijkheid – zij spreiden hier heur gaven;
en als de tweedracht lagen spreidt, word’ zij hier diep begraven’.
Aldus het feestgedicht dat verscheen ter gelegenheid van de opening van de nieuwe kegelbaan van sociëteit De Vereeniging in oktober 1853.
Woorden die, ondanks hun lichte oubolligheid, nog altijd gelden binnen de muren van deze monumentale sociëteit.
‘Meer dan een hechte vriendenclub’, zo staat op uw site.
En dat geloof ik zeker.
U moet weten dat ik (qualitate qua) lid was van uw Utrechtse evenknie.
Net iets jonger, uit 1869, maar ook gevestigd in een monumentaal pand in de binnenstad.
En, net als deze sociëteit, ontsproten aan de ‘opkomst van de burgerij’ gedurende de negentiende eeuw.
Mocht al eerder met u kennismaken, onder meer bij de viering van uw 171e dies natalis.
Was daarbij meteen onder de indruk van dit historische pand met deze indrukwekkende zaal met zijn mooie schilderingen.
Zo goed gerestaureerd – en terecht onderscheiden met de Haagse Restauratieprijs.
Maar nog meer trof mij de warme sfeer, waarbij de aandacht voor decorum nooit ten koste gaat van waar het werkelijk om draait: het intermenselijk contact.
De verbinding, om het hedendaags te zeggen.
Met elkaar onderhoudt u hier iets kostbaars.
Niet alleen een monumentaal pand met een rijke geschiedenis, zo nauw verbonden met die van Den Haag.
Maar vooral een gemeenschap die al generaties lang een bijzondere vorm van kameraadschap koestert.
Een plek waar gesprekken niet worden afgebroken door de waan van de dag, maar juist worden verdiept door aandacht, nieuwsgierigheid en wederzijds respect.
In een tijd waarin ontmoetingen steeds vaker digitaal, vluchtig en gehaast zijn, vormt De Vereeniging een waardevolle uitzondering.
Hier wordt nog de kunst beoefend van het goede gesprek, het luisteren, het delen van inzichten – soms ernstig, soms lichtvoetig, maar altijd met stijl.
Het is precies die combinatie van historie, hoffelijkheid en menselijke warmte die deze sociëteit al 175 jaar vitaal houdt.
Dat is geen vanzelfsprekendheid.
Het vraagt om leden die zich verantwoordelijk voelen voor het voortbestaan van dit huis, die zorg dragen voor het gebouw én voor elkaar.
Om besturen die met wijsheid en visie koers houden, zonder de eigenheid van de sociëteit te verliezen.
En om een gemeenschap die begrijpt dat traditie pas betekenis krijgt wanneer zij wordt doorgegeven.
Daarom is dit jubileum niet alleen een terugblik, maar ook een uitnodiging.
Een uitnodiging om te blijven investeren in dat wat De Vereeniging zo bijzonder maakt.
Om nieuwe generaties welkom te heten, zonder de waarden te verloochenen die deze sociëteit groot hebben gemaakt.
En om, zoals in dat oude feestgedicht, de gezelligheid en vrolijkheid te blijven koesteren – en de tweedracht, mocht zij zich ooit aandienen, diep te begraven.
Mijne heeren,
Met groot respect voor uw rijke verleden en met vertrouwen in uw toekomst wens ik u van harte geluk met dit 175-jarig bestaan.
Dat De Vereeniging nog lang een baken van stijl, vriendschap en verbinding mag blijven in onze stad, wens ik u, de sociëteit en Den Haag van harte toe.
Dank u wel.
En nu nog een verrassing.
Een speciaal jubileum als dit verdient iets bijzonders.
Het doet mij veel plezier u de versierselen uit te reiken die horen bij de Koninklijke Erepenning die Sociëteit De Vereeniging is toegekend.
Opnieuw, van harte gelukgewenst.