Toespraak door Jan van Zanen bij de viering van 25 jaar Straatpastoraat, 27 mei 2026
Beste allemaal,
In het bijzonder de drie straatpastors: Kitty Mul, Josette Broekman-van Popering en Nico Binnendijk.
‘We kunnen de wereld niet veranderen, maar we kunnen er wel voor zorgen dat we het met elkaar goed hebben hier.’
Zo zei Kitty Mul het twee jaar geleden in een televisie-interview. Achter die uitspraak gaat de wereld van het Straatpastoraat schuil. Een wereld die wordt gekenmerkt door compassie. Compassie met mensen die, om allerlei redenen, op straat zijn beland.
Volgens een recente telling zijn er in Den Haag ruim 62.00 mensen die dak- of thuisloos zijn. Hun aantal neemt helaas nog altijd toe. Dat gegeven is een groot schandaal. We leven in een van de rijkste landen ter wereld en toch moeten hier mensen de nacht doorbrengen onder de sterrenhemel. En daar is niets romantisch aan. Het zal je maar gebeuren: je raakt je baan kwijt, je huwelijk loopt stuk, je schulden lopen op – en op een kwade dag sta je op straat. Je raakt verslaafd en komt van kwaad tot erger.
En juist op dat moment, wanneer iemand het gevoel heeft nergens meer bij te horen, komt het Straatpastoraat in beeld.
Waar de samenleving vaak wegkijkt, kijkt het Straatpastoraat om. Waar deuren sluiten, blijft er hier één open. Waar mensen tussen wal en schip dreigen te vallen, wordt een hand uitgestoken.
25 jaar Straatpastoraat.
Dat is 25 jaar omzien naar elkaar.
25 jaar aandacht geven aan mensen die vaak niet meer worden gezien.
25 jaar luisteren naar verhalen die soms niemand anders meer wil horen.
En 25 jaar helpen waar mogelijk – zonder oordeel, zonder voorwaarden.
Het werk van de straatpastors speelt zich vooral af op straat en in de opvangcentra. Dáár waar het leven rauw is, waar onzekerheid en onrust dagelijkse metgezellen zijn. Het leven op straat is verre van rustig. Daarom is het zo waardevol dat er elke week, voorafgaand aan de maaltijd in het Stadsklooster, een dienst wordt gehouden. Een moment van stilte, van troost, van bezinning. Een plek waar mensen even op adem kunnen komen, waar ze rust vinden die ze buiten vaak moeten missen.
Maar laten we eerlijk zijn: compassie alleen is niet genoeg. Een van de belangrijkste oorzaken van dakloosheid is het ontbreken van betaalbare woonruimte. Zolang mensen geen plek kunnen vinden waar ze veilig kunnen wonen, blijven we dweilen met de kraan open. Daarom is het noodzakelijk dat we als stad, als samenleving, blijven investeren in betaalbare woningen. Dat we blijven zoeken naar oplossingen, blijven bouwen, blijven samenwerken. Want niemand zou in een stad als Den Haag op straat moeten belanden.
En Den Haag ís een stad van tegenstellingen. Een stad waar mensen kunnen groeien, leren, werken, zich ontwikkelen. Maar ook een stad waar de weg kunnen kwijtraken. Waar kansen ongelijk verdeeld zijn. Waar sommigen vooruitkomen, terwijl anderen juist verder wegzakken. Het Straatpastoraat staat precies op die breuklijn – en kiest ervoor om mensen op te rapen, niet te laten vallen.
Wie dakloos raakt, verliest niet alleen een huis, maar vaak ook een sociaal netwerk. Het Straatpastoraat probeert daar iets tegenover te zetten: een plek waar iemand je naam kent. Waar je welkom bent. Waar je mag zijn wie je bent.
Dat doen zij niet alleen. Ze werken nauw samen met de mensen van het Straatconsulaat en het Aandachtscentrum, die vandaag ook aanwezig zijn. En natuurlijk met de mensen om wie het gaat: dak- en thuisloze Hagenaars, en mensen die dat ooit waren. Uw aanwezigheid hier vanmiddag is misschien wel het meest betekenisvolle van alles.
En dan is er de grote groep vrijwilligers – zo’n honderd in totaal – afkomstig uit vijf verschillende kerkgemeenschappen. Zij verzorgen om beurten de vrijdagmaaltijden. Een warme maaltijd, ja, maar vooral een warm gebaar van medemenselijkheid.
Laten we vandaag niet alleen terugkijken, maar ook vooruit. Het werk van het Straatpastoraat blijft nodig. Meer dan ooit. En het verdient onze steun – als stad, als gemeenschap, als medemensen.
Want het Straatpastoraat laat ons al 25 jaar zien hoe een stad werkelijk menselijk wordt: niet door stenen, maar door mensen die naar elkaar omzien. Niet door beleid alleen, maar door nabijheid. Niet door grote woorden, maar door kleine daden die het verschil maken.
Den Haag mag zichzelf stad van vrede en recht noemen. Laat dit jubileum ons eraan herinneren dat niemand in Den Haag vergeten mag worden. Dat iedereen recht heeft op een plek om te wonen, op rust, op waardigheid. En dat we samen verantwoordelijk zijn voor een stad waar niemand buiten de boot valt.
Dank voor uw inzet, uw moed, uw menselijkheid.