Welkomstwoord G4 bijeenkomst rapport Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen, 19 maart 2025

 

Professor Kremer (Monique), meneer Van Zwol (Richard),

Collega’s en medewerkers van de G4,

Genodigden,

Goed dat ik u allemaal, maar vooral u beiden, Monique en Richard, respectievelijk als voorzitter van De Adviesraad Migratie en de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen, mag verwelkomen. En met u gasten uit de wetenschap, de rijksoverheid en branchesectoren die zich met ons willen verdiepen in de demografische ontwikkelingen en uitdagingen van ons land.

Vanuit het Haagse voorzitterschap van de G4 beleggen we een drietal informele bijeenkomsten in de aanloop naar de jaarlijkse G4-conferentie in mei waarvoor ook leden van het kabinet zijn uitgenodigd. Deze eerste bijeenkomst biedt een introductie van het rapport van de Staatscommissie. De colleges van B&W staan in deze eerste sessie stil bij de diverse vormen van migratie en de impact daarvan op de steden van de G4.

Het is duidelijk dat een ongecontroleerde groei van de bevolking de samenleving in al haar sectoren onder onaanvaardbare druk zal zetten. Het is een belangrijk gegeven dat de staatscommissie politieke keuzes voor een ‘gematigde groei’ van de bevolking niet alleen wenselijk, maar ook reëel mogelijk noemt. Daarmee krijgen Rijk en steden niet alleen een handelingsperspectief, maar ook een handelingsopdracht.

Wij herkennen die opdracht in diverse thema’s die spelen of gaan spelen in onze steden. Denk in de eerste plaats aan migratie en vergrijzing, maar ook aan economie en arbeidsmarkt, aan ruimte, sociale zekerheid en gezondheid. Niet alles kan en zeker niet alles kan overal. Een veerkrachtige en leefbare samenleving voor nu en in de toekomst vraagt keuzes. Dat begint bij de vraag: wat voor land willen we zijn? En in het geval van de G4: wat voor steden willen we zijn?

Daarin zullen we veel overeenkomsten ontdekken, maar ook verschillen. Verschillen naar ondergrond, ligging, ontwikkelingsgeschiedenis en cultuur. Voor Den Haag geldt dat wij onze ontwikkelopgave hebben te volbrengen op een beperkt oppervlak. Ingeklemd tussen de zee, de duinen en evenzeer ambitieuze buurgemeenten.

Door de nabijheid van het Westland kent onze stad een geschiedenis van arbeidsmigratie met een grote impact op een aantal Haagse wijken. Vanuit die historie werd het Kaapse plein in de wijk Transvaal zelfs draaipunt voor vuil, zwaar en slecht betaald werk onder vaak beroerde omstandigheden in het hele land. Om vier uur ’s morgens pikken busjes hier dagloners op. Voor de tuinbouw, de bouw, de slachterijen, het leggen van kabels en allerlei ander werk.

Willen we deze sectoren als ze alleen overeind blijven in de race to the bottom dankzij uitbuiting, grote druk op wijken en voorzieningen en niet in de laatste plaats: mensonwaardige werk- en leefomstandigheden voor de arbeidsmigranten? In de concept Omgevingsvisie, waarover de Haagse gemeenteraad zich zal gaan uitspreken, wordt op een antwoord voorgesorteerd. Het betekent niet dat we ons nu helemaal zullen richten op het faciliteren van een hoogwaardige kenniseconomie in het verlengde van onze traditie als overheidsstad en stad van vrede en recht. Er is ook praktisch- en laaggeschoold werk nodig voor de Haagse wijken waar nu nog te veel mensen langs de kant staan. Want de verschillen tussen Haagse wijken zijn groot. Verschillen waar het gaat om scholing en werk, huisvesting en gezondheid. Het verkleinen van die kloof is een dure plicht voor ieder stadsbestuur.

Met het rapport van de Staatscommissie als ‘inhoudelijke onderlegger’ zult u vanavond, onder leiding van Wouter Brookman, over het rapport en de specifieke implicaties voor onze steden met elkaar spreken. Maar niet voordat we de inleiders aan het woord gelaten hebben. We zijn zeer vereerd dat daarvoor Monique Kremer en Richard van Zwol bereid gevonden zijn.

Ik wens u allen een vruchtbare uitwisseling van ideeën.

Ik geef graag het woord aan Richard van Zwol