Toespraak door Jan van Zanen bij de tijdelijke plaatsmarkering van het toekomstige Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95, 11 juli 2025

 

Geachte aanwezigen,

 

Wij zijn hier bijeen voor een belangrijk moment: de tijdelijke plaatsmarkering van het toekomstige Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95.

Dat doen we vandaag.

Precies dertig jaar nadat 8372 mensen werden vermoord door het leger van de Servische Republiek.

Zowel de Verenigde Naties als het Europees Parlement hebben 11 juli aangewezen als officiële internationale herdenkingsdag voor de genocide in Srebrenica.

Begin vorige maand droeg ik bij aan een korte plechtigheid van de stichting Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95.

Op het plein voor het stadhuis was een kleine werkbank neergezet om een begin te maken met het symbolisch breken van natuursteen, afkomstig uit Bosnië en Herzegovina.

De zeer helderwitte natuursteen waarvan de grafstenen in Potočari gemaakt zijn.

Met een hamer en beitel heb ik, net als een aantal raadsleden, vertegenwoordigers van ministeries, oud-Dutchbatters en nabestaanden, symbolisch, met zorg een klein stukje steen gebeiteld.

De steentjes zijn verwerkt in de tijdelijke plaatsmarkering voor het toekomstige monument.

Het was een aangrijpende bijeenkomst.

In gedachten ging ik terug naar de zomer van 1995 en naar het moment waarop de schaal van de genocide van Srebrenica in al zijn gruwelijkheid tot ons doordrong.

De genocide van Srebrenica is ons gedeeld verleden.

De genocide van Srebrenica maakt deel uit van de geschiedenis van dit land, van deze stad.

Juist daarom vindt de gemeente Den Haag het belangrijk dat er een waardig monument komt dat herinnert aan de slachtoffers van Srebrenica.

Het herdenken van de genocide van Srebrenica is iets van nationaal belang.

Den Haag biedt daar graag ruimte voor.

Als gaststad van het Joegoslavië-tribunaal heeft Den Haag per slot van rekening mogen bijdragen aan de veroordeling van de belangrijkste verantwoordelijken voor de oorlogsmisdaden en de genocide tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië.

Als stad van vrede en recht is Den Haag het aan zichzelf verplicht om alles te doen wat mogelijk is om de verdere ontwikkeling van het internationaal strafrecht te ondersteunen.

En de straffeloosheid van oorlogsmisdadigers voor altijd uit te bannen.

Want helaas vinden nog altijd oorlogsmisdaden plaats.

Laat de slachtoffers van de genocide van Srebrenica, die ruim achtduizend vermoorde mensen, ons daarbij steeds een manend voorbeeld zijn.

8372 kostbare levens, 8372 individuen, gesymboliseerd door 8372 steentjes uit Bosnië en Herzegovina.

Opdat wij hen én de genocide van Srebrenica nooit, nooit vergeten.