Toespraak door Jan van Zanen bij de Syrisch-Nederlandse Ramandan Iftar, 6 maart 2026

 

Geachte aanwezigen,

Hartelijk dank voor de uitnodiging om samen met u deze iftarmaaltijd te gebruiken. Het is een bijzonder moment, en ik ben dankbaar dat ik het met u – de Syrische gemeenschap van Den Haag en daarbuiten – mag delen. Samen met wethouder Nur Icar.

De Syrische gemeenschap is een onmisbaar onderdeel van het veelkleurige sociale weefsel dat onze stad zijn unieke karakter geeft. Den Haag is altijd een open stad geweest. U moet weten dat onze stad, anders dan vroeger gebruikelijk was, nooit stadsmuren heeft gehad. Dat open karakter heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat Den Haag kon uitgroeien tot de internationale stad die zij vandaag is.

Die openheid maakt Den Haag ook tot een stad waar mensen van oudsher naartoe komen wanneer zij op de vlucht zijn. Verdreven door honger, oorlog of onderdrukking. Vervolgd om wat zij geloven, om wie zij zijn, of om van wie zij houden. In de veilige haven die Den Haag biedt, vonden en vinden velen een nieuw thuis.

Velen van u weten hoe het is om haard en huis te moeten verlaten. Realiseer me wat u heeft moeten doorstaan. Zie ook hoe hard u werkt om hier een bestaan op te bouwen, en hoe groot uw bijdrage is aan dit land en aan onze samenleving. Uit het diepst van mijn hart zeg ik: dank u wel.

Hier in Den Haag hoor je op straat vele talen. Bijna alle godsdiensten worden hier beleden. Onze stad herbergt meer dan tweehonderd moskeeën, tempels en kerken. Hoewel onze samenleving niet meer in religieuze zuilen is opgedeeld, neemt religie voor velen nog altijd een belangrijke plaats in het leven in. Waar je wel of niet in gelooft is iemands privézaak, maar het is een feit dat veel mensen kracht en inspiratie putten uit hun geloof. En velen zetten zich juist vanuit die overtuiging in voor hun medemens en voor de maatschappij. U bent daarvan een mooi voorbeeld.

Omdat religie voor veel Hagenaars een grote rol speelt, vieren we ieder jaar samen Holi, Chanoeka, Kerst en Ramadan. En hoewel sommige Nederlanders denken dat de Ramadan hier pas de laatste decennia wordt gevierd, gaat de islamitische traditie in Den Haag veel verder terug. Al aan het einde van de negentiende eeuw kwamen mensen met een islamitische achtergrond vanuit toenmalig Nederlands-Indië naar onze stad. In 1955 bouwde de Ahmadiyya-beweging aan de Oostduinlaan de Mobarakmoskee: niet alleen de eerste moskee van Den Haag, maar ook de allereerste stenen moskee van Nederland.

De wereld is thuis in Den Haag. En Den Haag is het thuis van mensen met de meest uiteenlopende achtergronden: diep gelovigen en uitgesproken atheïsten, en alles daartussenin. Al die mensen – unieke, vrije persoonlijkheden – maken Den Haag tot wat het is, en tot wat het zal blijven. Maar dat kan alleen op één manier: samen, met respect voor elkaar en voor elkaars verscheidenheid.

Daarom ook mijn oproep zoals ik die overal in de stad doe: laten we in vrede samenleven. Ook al verschillen we met elkaar van mening geef elkaar de ruimte om een andere mening te hebben. Dat is niet makkelijk in deze tijden van grote geopolitieke spanning. Maar alleen zo kunnen we samen werken aan onze mooie stad van vrede, recht en veiligheid.

 

In die geest van verbondenheid wens ik u allemaal van harte een bijzonder goede iftar toe.