Afscheidstoespraak Fatima Faïd, raadsvergadering
31 maart 2026
Geachte raad, beste Fatima,
Maart tweeduizendveertien werd je geïnstalleerd als raadslid namens de Haagse Stadspartij.
Je was geen onbekende in deze zaal. Vanaf september tweeduizendtwaalf was je al fractievertegenwoordiger.
Afgelopen vier jaar was je ook plaatsvervangend voorzitter van de commissie Ruimte. Tevens maakte je deel uit van de enquêtecommissie Amare.
Als raadslid lag jouw hart vooral bij thema’s op het vlak van zorg, volksgezondheid, jeugd, integratie, racisme en discriminatie, armoede en feminisme.
Een terugblik op twaalf jaar raadswerk levert een lange lijst van inspanningen en resultaten op. Ik noem een en ander.
Naar aanleiding van het faillissement van huisartsenketen Co-Med riep je het college op de zeveneneenhalfduizend gedupeerden in Den Haag zo goed mogelijk te informeren.
Je drong er bij het college op aan ook jongeren uit wijken zoals Zuidwest, Scheveningen, Duindorp en Laak te betrekken bij de nachtvisie.
Je zette je met hart en ziel in voor de veiligheid van vrouwen, kinderen en queer mensen, en tegen alle vormen van discriminatie.
Je trok aan de bel over de overvolle noodopvang voor vrouwen en kinderen, die op de vlucht waren voor geweld thuis.
Je riep het college op om binnen twee jaar vijftien procent meer vrouwen- en gezinsopvangplekken te realiseren. De raad stemde in met je oproep.
Je vroeg een onderzoek naar de ervaringen van queer mensen in Haagse jeugdzorg- en welzijnsinstellingen.
Je vond de raad aan je zijde bij je verzoek aan het college ervoor te zorgen dat moslimvrouwen, die slachtoffer zijn van islamofobe incidenten, laagdrempelig worden bijgestaan bij het doen van aangifte.
De raad schaarde zich ook achter jouw verzoek om extra aandacht voor meiden in het emancipatiebeleid voor vrouwen.
Het voorkomen van femicide had jouw nadrukkelijke aandacht. Zo ook onlangs op Internationale Vrouwendag, bij de actie hier voor het stadhuis.
Bedoeld om aandacht te vragen voor de noodzaak als samenleving meer te doen tegen femicide.
Ik citeer jou:
‘We praten vaak over hoeveel vrouwen slachtoffer worden van geweld. Misschien moeten we het eindelijk eens hebben over hoeveel mannen het plegen.
Tijd om de verantwoordelijkheid te leggen waar die hoort.’ Einde citaat.
Zoals vaker het geval, wist je ook hier de vinger op de zere plek te leggen.
Ten slotte: Ook jij neemt vandaag afscheid van deze raad. Met jou de Haagse Stadspartij, sinds negentienachtennegentig een vertrouwde luis in de pels in ons lokaal bestuur.
Ik wil je heel graag danken voor je inzet voor de stad.
Graag overhandig ik jou de gouden vroedschapspenning.