Toespraak burgemeester bij herdenking Vissersnamenmonument Scheveningen op 5 juni 2026

Geachte aanwezigen,
beste mensen,

Zie haar staan.
De Scheveningse vissersvrouw.

Kijk haar kijken.
Met een verstilde blik, waarin hoop en vrees zijn vermengd.
Haar ogen strak gericht op de horizon.

Zij tuurt over zee,
wachtend op de komst van haar man, haar broer, haar zoon.
Wachtend, zoals talloze Scheveningers – mannen, vrouwen, kinderen –
dat door de eeuwen heen hebben gedaan.

Soms bleek dat wachten tevergeefs.
De angst daarvoor is nooit geweken.
Zeker niet in deze gemeenschap.
Ook vandaag leeft die spanning nog,
in gezinnen hier, dicht bij zee.

Want achter elke naam schuilt niet alleen een verleden,
maar ook een familie die vandaag nog met dat gemis leeft.

De 1366 namen op dit monument getuigen van die tragiek.
1366 namen, in steen gehouwen.
Zij staan voor 1366 levens
die door de zee zijn genomen.

Daarom is het van grote waarde
dat de digitale versie van het Vissersnamenmonument Scheveningen
deze verhalen voor iedereen toegankelijk maakt.
Zodat wij blijven zien wie deze zeelieden waren.

Soms gaat het om hele schepen die nooit meer werden gezien.
Zo keerde de Zeebrugge Z. 592, ook bekend als De Hosanna,
in 1980 niet meer terug in de haven.
De bemanning van deze Belgische kotter telde vijf koppen.

Wat De Hosanna is overkomen, is nooit vastgesteld.
Het wrak is niet gevonden.
Geruchten waren er te over, maar zekerheid kwam er niet.
De opvarenden worden nog altijd vermist.
Onder hen matroos Piet Guijt
en zijn veertienjarige neef Pietje,
allebei uit Scheveningen.

Anderen van wie de naam hier te vinden is,
kwamen om door ongelukken aan boord
of werden door de golven verzwolgen.

In de archieven lezen we hoe genadeloos de zee kon zijn.
Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1925, op de IJmuiden 90.
In een onderzoeksrapport van de Raad voor de Scheepvaart –
nu onderdeel van de digitale versie van dit Vissersnamenmonument –
staat het volgende beschreven:

De stoomtrawler Stormvogel zet, twee dagen voor Kerst, koers naar IJmuiden,
na negen dagen op zee.

De slechte vangst en een gebroken achterlijn van het stuurboordnet
hebben de elfkoppige bemanning moedeloos gemaakt.

Het is zwaar weer en er wordt op halve kracht gestoomd,
zodat het schip naar schatting een vaart van zes knopen heeft.

Onverwacht maakt de Stormvogel een loefwaartse gier
en helt zwaar over naar lij,
waardoor de zee achter de verschansing loopt.

De schipper staat zelf aan het roer en hoort geschreeuw.
Hij stopt de machine en ziet, na het openen van de deur van het stuurhuis,
nog net de benen van een man over de verschansing verdwijnen.

Op het achterschip aangekomen
ontdekt hij dat er twee bemanningsleden in het water liggen.
Ze zijn er allebei nog net in geslaagd de loglijn te grijpen.

Maar wanneer de schipper probeert hen binnenboord te trekken, breekt de lijn.
Al snel verdwijnen zij uit zicht.

Zo verdronken de Scheveningers Gerrit de Graaf en Abraham Taal.

Alleen het lichaam van Abraham, een 25-jarige vrijgezel,
kon later worden geborgen.

Gerrit – 42 jaar oud, getrouwd en vader van vier kinderen –
bleef voor altijd op zee.

Vandaag herdenken wij hen,
en al die anderen die niet levend terugkeerden.

We noemen hun namen.
We bewaren de verhalen waarin zij voortleven.
We geven die door.

Want zolang wij herdenken,
blijven zij bij ons.

Laten we dat dus blijven doen.
Met aandacht,
met eerbied,
en met elkaar.

Dank u wel.