Toespraak door Jan van Zanen bij de uitreiking van een Koninklijke onderscheiding aan Marianne van Praag, Alejandro Bank en Ohad Topper, 6 juni 2026
Geachte aanwezigen,
Het doet me veel plezier om hier wederom te zijn.
Afgelopen donderdag mocht ik deelnemen aan de viering ter ere van 300 jaar Snoge en het 50-jarig jubileum van de ingebruikname van dit bijzondere gebouw als synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente.
Vandaag ben ik hier met een missie: ik mag drie mensen in het zonnetje zetten.
Sommigen van u zie ik denken: drie?
Het ging toch maar om één persoon?
Het zijn er dus drie.
Drie mensen die zich, elk op hun eigen manier, bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de LJG.
Allereerst is daar Rabbijn Marianne van Praag.
Rabbijn Van Praag,
We mogen u gerust een pionier noemen.
U behoort tot de eerste lichting vrouwen die afstudeerden aan het Levisson Instituut.
Wie uw loopbaan overziet, ziet dat uw pionierschap veel verder reikt.
Vanaf de jaren zeventig zette u zich in voor Joods onderwijs binnen deze gemeente.
Eerst als lerares, later als hoofd onderwijs.
U gaf richting, structuur en inspiratie aan generaties jonge mensen.
U deed dat met een vanzelfsprekende toewijding, vaak in de avonduren, vaak naast andere verplichtingen.
Maar altijd met dezelfde overtuiging: dat kennis, traditie en gemeenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Ook bestuurlijk heeft u uw sporen ruimschoots verdiend.
Als bestuurslid met de portefeuille religieuze zaken streed u voor een gelijkwaardige positie van vrouwen binnen het religieuze leven.
Dat deed u vol vastberadenheid.
En met resultaat.
U stond aan de wieg van veranderingen die vandaag vanzelfsprekend lijken, maar dat destijds allerminst waren.
U heeft daarmee niet alleen deuren geopend voor uzelf, maar ook voor de generaties die na u kwamen.
In 2012 werd u unaniem benoemd tot rabbijn van de Liberaal‑Joodse Gemeente Den Haag.
Een benoeming die voelde als thuiskomen: u werd rabbijn in de gemeente waarin u zelf was grootgebracht.
En in een familie die na de Sjoa een cruciale rol speelde in het herstel van het liberaal Joodse leven in deze stad.
Sindsdien leidt u de gemeente met een combinatie van warmte, wijsheid en onvermoeibare inzet.
U begeleidt leden in alle levensfasen, u staat mensen bij in vreugde en verdriet, u leidt diensten die inspireren en verbinden.
En u doet dat vaak ver boven de uren van uw contract, omdat u het werk niet ziet als een baan, maar als een roeping.
Uw inzet reikt echter veel verder dan de muren van deze synagoge.
U bent actief binnen de interreligieuze dialoog en u preekt regelmatig in verschillende kerken.
Daarnaast werkt u nauw samen met de Haagse Gemeenschap van Kerken en vervult u een prominente rol tijdens de Prinsjesdagviering.
Ook bij de organisatie van de Haagse Jom Hasjoa herdenking bent u nauw betrokken.
U bent lid van de Raad van Toezicht van de Anne Frank Stichting en u zet zich intensief in voor het Levisson Instituut, waar u toekomstige rabbijnen begeleidt en mede vorm geeft aan het curriculum.
U doet dit alles grotendeels onbezoldigd, gedreven door een diep plichtsbesef en een groot hart.
Mevrouw Van Praag, u bent een geestelijk leider die mensen samenbrengt.
U bent een stem van redelijkheid in roerige tijden, een bruggenbouwer in een samenleving die dat meer dan ooit nodig heeft.
Dit alles is niet onopgemerkt gebleven.
Het is mij een eer en genoegen u de versierselen op te spelden die horen bij de Koninklijke onderscheiding die u is toegekend.
En dan Alejandro Bank Pintel.
Uw betrokkenheid, inzet en verantwoordelijkheidsgevoel reiken verder dan redelijkerwijs van een vrijwilliger verwacht mag worden.
Als penningmeester van de Liberaal‑Joodse Gemeente Den Haag werkte u met grote nauwkeurigheid, een kwaliteit die in deze functie van onschatbare waarde is.
Na vier jaar werd u gevraagd het voorzitterschap over te nemen van de heer Cohn.
Inmiddels vervult u deze rol al negen jaar, met hart en ziel, en met een inzet die ver uitstijgt boven wat men van een voorzitter mag verwachten.
Hobby’s heeft u inmiddels opgegeven, zo begreep ik.
Het voorzitterschap vraagt om bestuurlijke scherpte, om empathie, om beschikbaarheid op momenten dat het uitkomt, maar vooral op momenten dat het níet uitkomt.
Dat alles belichaamt u in optima forma.
Daarnaast bent u al negen jaar lid van het Hoofdbestuur van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom.
Vanuit die rol ondersteunt u andere gemeenten, stimuleert u kennisdeling en draagt u actief bij aan de toekomst van het progressief Jodendom in Nederland.
Ook binnen de Stichting Joods Leven Den Haag speelt u een belangrijke rol.
U was nauw betrokken bij het onderzoek naar het rechtsherstel voor Haagse Joden, dat leidde tot een officiële spijtbetuiging en financiële compensatie door de gemeente.
Als penningmeester ziet u erop toe dat deze middelen met uiterste zorgvuldigheid worden beheerd.
Daarnaast droeg u bij aan de voorbereidingen voor de viering van 300 jaar synagoge en bent u lid van de religieuze adviescommissie van de LJG.
In een tijd van groeiende zorgen over antisemitisme toont u bijzonder leiderschap.
U biedt steun aan leden, en u voert gesprekken met overheidsinstanties en maatschappelijke partners.
Tijdens het bezoek van minister David van Weel en Nationaal Coördinator Eddo Verdoner bracht u de problematiek helder en krachtig onder de aandacht.
Ook op het gebied van educatie bent u van grote waarde.
Met initiatieven als “Leer uw buren kennen” versterkt u de kennis van het Jodendom in de bredere samenleving.
En dan is er nog uw stille, maar onmisbare werk: u haalt en brengt leden die slecht ter been zijn en geen vervoer hebben.
U bent overal waar het nodig is.
Soms lijkt het alsof u een dubbelganger heeft.
In de Joodse traditie bestaat het gebod la’asot bechinam, doen om niet.
U belichaamt dit gebod in alles wat u doet.
Meneer Bank Pintel,
Met veel genoegen overhandig ik u de versierselen die horen bij de Koninklijke onderscheiding die u is toegekend.
Tot slot Ohad Topper.
Ook u bent iemand die verantwoordelijkheid niet schuwt.
Hoewel u nog maar kort betrokken was bij de Liberaal‑Joodse Gemeente Den Haag, nam u direct een taak op u die helaas zowel zwaar als onmisbaar is: de beveiliging van de synagoge.
Jarenlang waakte u, vaak op momenten dat anderen thuis waren, over de veiligheid van deze gemeenschap.
U deed dat met een opmerkelijke combinatie van kalmte, scherpte en plichtsbesef.
U was zichtbaar wanneer dat nodig was, onzichtbaar wanneer dat beter was, maar altijd aanwezig.
Uw inzet gaf leden het vertrouwen dat zij hun religieuze leven in veiligheid konden beleven.
Dat is een verdienste die moeilijk in woorden te vatten is.
Diezelfde toewijding zien we terug in de bestuurlijke rollen die u bekleedde.
Als vicevoorzitter en vervolgens als voorzitter van de LJG was u een verbindende kracht.
U leidde met een rustige hand, luisterde met aandacht en wist in complexe situaties steeds de menselijke maat te bewaren.
Onder uw leiding groeide de gemeenschap niet alleen organisatorisch, maar vooral in saamhorigheid.
U gaf richting zonder te dwingen, en u creëerde ruimte voor anderen om verantwoordelijkheid te nemen.
Dat is leiderschap in zijn meest duurzame vorm.
Uw bijdrage aan de Stichting Joods Leven Den Haag vormt een ander belangrijk hoofdstuk in uw maatschappelijke inzet.
Sinds de oprichting bent u nauw betrokken bij het zorgvuldig beheren en verdelen van de middelen die voortkwamen uit het rechtsherstel voor Haagse Joden.
Samen met uw medebestuursleden, onder wie ook de heer Bank, beoordeelt u aanvragen, en weegt u belangen af.
Zo zorgt u ervoor dat de compensatie daadwerkelijk ten goede komt aan het culturele, religieuze en maatschappelijke leven van Joods Den Haag.
Uw kennis van de stad, uw integriteit en uw warme betrokkenheid maken u tot een onmisbare schakel in dit proces.
Meneer Topper,
In alles wat u doet, staat één principe centraal: zorg dragen voor de gemeenschap die u lief is.
U doet dat zonder grote woorden, zonder behoefte aan erkenning, maar met een volharding die diepe indruk maakt.
U bent een bestuurder die verbindt, een vrijwilliger die inspireert en een mens die anderen vertrouwen geeft.
Het is mij een eer u de versierselen te mogen overhandigen die horen bij de Koninklijke onderscheiding die u is toegekend.