Herdenking genocide Srebrenica, 11 juli 2026
Overlevenden en hun families,
Minister Yeşilgöz,
excellenties,
geachte aanwezigen,
Geschiedenis eindigt nooit.
Dat zien we hier vandaag.
Altijd zijn er draden, zichtbaar en onzichtbaar,
die heden, verleden en toekomst met elkaar verbinden.
Samen vormen ze het weefsel van onze wereld.
Geven ze betekenis aan wat was, wat is en wat zal zijn.
De genocide van Srebrenica is met talloze draden verbonden met het hier en nu.
Ook 31 jaar na dato.
Ook in alle jaren die komen gaan.
U hier weet het allemaal:
Direct na de val van Srebrenica op 11 juli 1995
werden meer dan 8000 onschuldige mensen
– voornamelijk jongens en mannen –
door het Bosnisch-Servische leger opgejaagd, gevangengenomen en vermoord.
Tienduizenden Bosnische vrouwen en kinderen kregen te maken
met mishandeling, verkrachting en deportatie.
Deze genocide heeft diepe sporen achtergelaten.
In de levens van direct betrokkenen.
En in die van volgende generaties.
Neem Hanna.
Zij is nu ongeveer even oud als haar moeder Alma was
toen die, samen met Hanna’s oma,
in Srebrenica in een bus werd geladen.
Alma was veertien.
Ze zocht tussen de achterblijvers koortsachtig
naar het gezicht van haar vader: Rizo Mustafić.
Doodsbang dat dit de laatste keer zou zijn dat ze hem zou zien.
Haar ergste vermoeden werd bewaarheid.
Na hun vertrek zei haar moeder:
“Kijk maar niet naar buiten.”
Maar toen Alma dat toch deed,
zag ze langs de weg talloze lichamen.
Opgestapeld.
Ontbloot.
Ontzield.
Dat trauma leeft voort.
Soms zichtbaar.
Vaak ook niet.
Ook Hanna draagt het met zich mee.
Ze hockeyt in een shirt met rugnummer 11,
ter nagedachtenis aan haar opa
en aan al die andere slachtoffers
van de grootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
Wat in één familie leeft,
leeft in duizenden anderen.
Alleen al hier in Nederland
zijn naar schatting meer dan zestigduizend mensen
direct betrokken.
Toch moet Hanna vaak uitleggen
wat er toen is gebeurd.
En eigenlijk is ook dat schokkend.
Want de verhalen van de doden en hun nabestaanden,
en van alle anderen die in de hel van Srebrenica verzeild raakten,
zouden een onlosmakelijk deel moeten zijn van ons gezamenlijke bewustzijn.
Als Den Haag, de internationale stad van vrede en recht, spannen we ons daarvoor in.
Dat blijven we doen.
Hier werden de leiders van het Bosnisch-Servische leger berecht en veroordeeld.
Nu steunen we actief de plannen voor een permanente herdenkingsplek
bij het voormalige Joegoslaviëtribunaal.
Sinds vorig jaar is daar een plaatsmarkering te vinden voor dit beoogde monument.
Daarin zijn – sinds vandaag – 31 natuurstenen verwerkt:
één steen voor elk jaar dat ons scheidt van de genocide.
Volgend jaar zullen het er 32 zijn.
Het jaar daarop 33.
Net zolang tot het Nationaal Monument Srebrenica Genocide ’95 er staat
en een permanente plaats inneemt in ons land, in onze stad en in onze harten.
Dat kan.
Dat moet.
Omdat geschiedenis,
zeker de geschiedenis van deze genocide,
nooit eindigt.
Dank u wel.