Toespraak door Jan van Zanen bij de benoeming van Harrie Jekkers tot ereburger van Den Haag, 12 juli 2026
Geachte aanwezigen, beste Hagenaars en Hagenezen,
Vandaag eren we een man die onze stad niet alleen bezingt, maar ook belichaamt. Een man die Den Haag niet beschrijft van een afstand, maar van binnenuit. Harrie Jekkers is uitgegroeid tot een echt Haags icoon omdat hij als geen ander de ziel van onze stad weet te vangen in zijn muziek, verhalen en cabaret.
Harrie, geboren in de Schilderswijk en getogen in Moerwijk, droeg jij Den Haag vanaf het begin met je mee. De straten van je jeugd, de mensen die je tegenkwam, de humor die je hoorde, de nuchterheid die je leerde kennen – ze vormen het fundament van jouw werk.
Je bent door diepe dalen gegaan, kende grote angst en had lange tijd weinig succes in de liefde. Maar je trok jezelf telkens weer uit de put, met een bijna bovenmenselijke kracht. En na al die jaren van dolen vond je het geluk aan de zijde van je grote jeugdliefde, Marijke.
In 1978 richtte je samen met anderen ’t Klein Orkest op. Een band die zich onderscheidde door scherpe, maatschappelijk betrokken teksten en een eigen geluid dat zowel de krakersscene als het grote publiek wist te raken. Dat paste helemaal in die tijd. Liedjes als Laat mij maar alleen, Koos Werkeloos groeiden uit tot klassiekers. Vooral Over de muur werd een muzikaal symbool van de Koude Oorlog – een lied dat generaties is bijgebleven.
En dan is er dat andere nummer. Het lied dat inmiddels voelt als het officieuze volkslied van Den Haag: Oh, oh, Den Haag. Over de correcte spelling van de titel woedde jarenlang een heftige meningenstrijd. Ooit geschreven voor de verjaardag van presentator Cees Grimbergen, maar al snel omarmd door de hele stad. De band vond het niet passen bij hun serieuze werk en bracht het daarom uit onder de naam Harry Klorkestein – een speels anagram van Klein Orkest. Het werd een landelijke hit, bereikte hoge posities in de hitlijsten en groeide uit tot een lied dat iedereen kent, binnen én buiten de stadsgrenzen.
Het wordt gezongen bij ADO Den Haag, bij evenementen zoals de Lintjesregen, op radio en tv. Het Residentie Bachkoor zong het vierstemmig. En toen zelfs Coldplay het nummer speelde op het Malieveld, werd nog eens bevestigd wat we al wisten: dit lied is niet alleen van ons, maar van heel Nederland. Toch voelt het voor Hagenaars altijd alsof Harrie het speciaal voor ons schreef.
Maar Harrie Jekkers is meer dan muziek. Met hulp van onder anderen Leon Smit en Koos Meinderts sloeg je een ander pad in: dat van het theater. Jij bleek een meesterverteller, een cabaretier die de Haagse humor naar een breed publiek bracht: direct, warm, eerlijk en altijd met een knipoog. Je zette daarmee de traditie voort van grote Haagse namen als Paul van Vliet en Van Kooten & De Bie.
Jouw typetjes zijn legendarisch. Misschien wel het meest geliefd is ome Jan: een ras‑Hagenees met het hart op de tong, geboren uit de vrijgezelle oom die op familieverjaardagen altijd het hoogste woord had. Jij gaf hem een podium en daarmee een plek in ons collectieve geheugen.
In Het gelijk van de koffietent bracht je een oer‑Haagse koffietent tot leven, bevolkt door figuren als ome Dick, Toon van de gemeentereiniging, de man met de leesportefeuille en Willem, de slissende vaste klant. Aangezette verhalen, maar nooit ver van de werkelijkheid: Den Haag zoals het is en zoals ook ik het heb leren kennen en liefhebben: uitgesproken, warm, hard, eerlijk en bovenal herkenbaar.
In 2018 werd je de vaste zondagmiddagbespeler van deze Koninklijke Schouwburg, als opvolger van Paul van Vliet. Jouw solovoorstellingen Achter de duinen en In mijn liedjes kan ik wonen waren stuk voor stuk uitverkocht – meer dan 150 keer. Het publiek bleef komen, omdat je iets doet wat maar weinig kunstenaars kunnen: je laat mensen zich thuis voelen.
Die band met de stad werd ook letterlijk zichtbaar toen een paar jaar geleden het Harrie Jekkersplein hier bij de Koninklijke Schouwburg werd onthuld. Jij vond het maar gekkigheid, maar was wel geraakt.
Beste Harrie, je hebt Den Haag niet alleen bezongen, maar ook gevormd. Je hebt onze humor, onze mentaliteit, onze wijken en onze mensen een plek gegeven in de Nederlandse cultuur. Je bent een boegbeeld van de stad – een ambassadeur zonder officiële titel, maar met een enorme impact.
Tot vandaag.
Want vandaag geven we je die titel wél.
Het is mij dan ook een grote eer en een genoegen om aan jou, Hendricus Theodorus Jekkers, de Gouden Erepenning met daaraan verbonden het Ereburgerschap van Den Haag, te mogen uitreiken.
Harrie, namens de hele stad: dank je wel.