Geachte aanwezigen, beste allemaal.
Hoe kom je bij botsende belangen toch tot een soepele samenwerking?
Als muren oren hadden, dan zou dit gebouw ons daar misschien iets over kunnen vertellen.
Want hier, op deze historische plek, zijn zeker drie kabinetten gesmeed.
En ook raadpensionaris Johan de Witt, aan wie dit rijksmonument zijn naam dankt, zal hier geregeld hebben onderhandeld.
Eveneens op basis van wederkerigheid.
Toegegeven: in het geval van de gebroeders De Witt is dat uiteindelijk niet goed afgelopen.
Voor de samenwerking die ons hier vandaag bijeenbrengt, heb ik gelukkig betere hoop.
Gesprekken met rijksbouwmeester Francesco Veenstra gaven daartoe de eerste aanzet.
Vervolgens hebben het Atelier Rijksbouwmeester, het Rijksvastgoedbedrijf en de gemeente elkaar gevonden in het Stadsatelier Den Haag.
Samen hebben we daar nagedacht over onze belangen, elkaars belangen en vooral die van de inwoners van deze stad.
Vandaag zien we het resultaat van al dat denken, onderzoeken en samenwerken: het visiedocument Haagse Patronen: Werken aan wederkerigheid.
Daarin hebben we ons onder meer de vraag gesteld hoe we alle belangen zo goed mogelijk kunnen laten samenvallen.
Zeker ook die van alle Hagenaars en Hagenezen.
Want als bouwers van het Den Haag van de toekomst dragen we een grote verantwoordelijkheid.
De keuzes die we nu maken, geven vorm aan de stad van de toekomst.
Niet alleen aan gebouwen en infrastructuur, maar ook aan hoe mensen zich door de stad bewegen, hoe veilig zij zich voelen en waar zij elkaar ontmoeten.
Elke gemeente krijgt met dit soort vragen te maken.
Maar voor Den Haag zijn ze misschien nog wel net iets urgenter.
Omdat wij geen gewone gemeente zijn.
Wij zijn het regeringscentrum van Nederland.
Wij zijn de internationale stad van Vrede en Recht.
En daar komt nog iets bij.
Den Haag is de dichtst bebouwde stad van ons land.
Bij ons telt iedere vierkante meter.
Ons inwonertal groeit en we moeten woekeren met de ruimte.
Want we willen natuurlijk wél die groene metropool aan zee blijven.
Dat alleen al maakt het noodzakelijk om functies van gebouwen te combineren.
Om ze zó in te passen in het weefsel van onze stad dat er geen gaten ontstaan.
Daarnaast is er ook een meer idealistisch motief.
Als baken van democratie, vrijheid, vrede en recht wil Den Haag een open stad zijn.
Toegankelijk. Transparant.
Dat hoort bij ons karakter.
Hier staan internationale instellingen midden in woonwijken.
Hier staan ambassades naast schoolpleinen.
Ook het Binnenhof is lange tijd zo’n open plek geweest.
Iedereen kon zó door de poort naar binnen wandelen,
om zich daar middenin het hart van onze democratie te wanen.
De vraag is of dat straks, na de renovatie, nog steeds kan.
Of neem mijn eigen werkplek: het stadhuis van Den Haag.
Ons atrium op de begane grond is geen gesloten bastion, maar een publieke ruimte voor ontmoeting, bijeenkomsten en exposities.
En misschien minstens zo belangrijk: ze hebben er ook goede koffie en een lekkere lunch.
Soms botsen belangen.
Al die mensen die dagelijks werken aan vrede, recht en onze democratie, hebben ruimte nodig om dat te doen.
Opdrachtgevers van het Rijksvastgoedbedrijf zoeken daarvoor gebouwen die praktisch zijn, betaalbaar blijven en goed beveiligd kunnen worden.
Alleen wordt een stad niet beter van betonnen bunkers die zich afsluiten van hun omgeving. Van gebouwen waar ’s avonds, al dan niet spreekwoordelijk, het licht uitgaat.
Veel werknemers van zo’n instelling willen óók prettig kunnen leven in onze stad.
Net als ieder ander die hier in Den Haag woont, werkt, onderneemt en recreëert.
Of dat nu is in het Central Innovation District, in het Bezuidenhout of in Den Haag Zuidwest.
Daarom is het goed dat onze organisaties elkaar hebben gezocht én gevonden binnen het Stadsatelier Den Haag.
En dat er nu, met Haagse Patronen, een visie ligt die richting geeft aan de toekomst.
Een visie die we samen verder kunnen inkleuren.
Geworteld in historisch besef, maar met een scherpe blik op wat de toekomst van ons vraagt.
Dat deze publicatie vrijwel samenvalt met het vertrek van Francesco als rijksbouwmeester, biedt mij bovendien mooi de gelegenheid hem daarvoor te bedanken.
Francesco, dank voor je inspanningen, je inspirerende ideeën en je voortdurende bereidheid om verbinding te zoeken.
Cécilia, jou wil ik van harte welkom heten als zijn opvolger.
Ik kijk uit naar een even prettige samenwerking.
Haagse Patronen zal vast niet het laatste zijn wat we van het Stadsatelier Den Haag horen.
Daarvoor is de toekomst van onze stad en haar inwoners simpelweg te belangrijk.
Laten we ons daarom blijven inzetten voor wederkerigheid, voor samenwerking en voor een voortzetting van het Stadsatelier.
Met als doel een nóg mooier en aantrekkelijker Den Haag.
Een stad om trots op te zijn.
Ook in 2099.