Toespraak bij het afscheid van burgemeester Marja van Bijsterveldt, Nieuwe Kerk, Delft, 2 september 2025

 

Geachte leden van de gemeenteraad,

Geachte collegeleden,

Marja en je drie mannen,

Familie, vrienden en collega’s (‘Kampioenspaarden?’),

Dag allemaal,

 

Het is prachtig hier in de Nieuwe Kerk.

Dankjewel Marja dat ik hier iets mag zeggen.

Heb de manchetknopen (Delfts blauw) die ik ooit van je kreeg, vanochtend weer omgedaan. Speciaal voor jou (en zodat Alexander weet dat ik ze al heb). En wat een aardige woorden van je drie mannen in het filmpje van zojuist. Dan denk ik ‘Zouden mijn twee kinderen dat ook doen?’. En die zonen van je, ze zeggen “U” tegen je …

“Wees maar enthousiast, dan komt het wel goed”. Met een vader die je zoveel zelfvertrouwen meegaf had je een goede start. Enthousiast en met tomeloze energie, zo heb ik je leren kennen. Iedereen denk ik hier. Super enthousiast. En op een volgend moment diep beledigd als je niet meteen wordt teruggebeld …

Zo heb ik je leren kennen. In de veiligheidsregio Haaglanden, de MRDH – ik mag je hier namens de collega’s toespreken (Carola en andere MRDH bestuurderen zijn hier aanwezig) – en in talloze andere gremia waar we elkaar zijn tegengekomen.

Enthousiast, energiek, ambitieus en buitengewoon vasthoudend. Een sjieke omschrijving: vasthoudend. De aanwezigen hier, begrijpen vast wat ik bedoel. Eigenschappen die je ruim voor het burgemeesterschap van Delft al ver hadden gebracht.

Van verpleegkundige (echt top, mijn moeder was het ook) tot leidinggevende in de zorg, van jong raadslid en meteen wethouder tot jongste burgemeester. Verder nog partijvoorzitter, staatssecretaris en minister.

Het partijvoorzitterschap deelden wij voor onze partijen in deels dezelfde periode.

Je was de eerste door de leden gekozen partijvoorzitter van het CDA en dat met een ruim mandaat. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Ook jij hebt daarbij ongetwijfeld mogen ervaren dat het voorzitterschap geen gemakkelijke positie is als het niet zo goed gaat met de partij. We deelden lief en leed (overigens, ook je opvolger Alexander Pechtold was in die tijd partijvoorzitter).

Als staatssecretaris en minister kreeg je meermaals te maken met maatschappelijk protest tegen beleidsvoornemens en bezuinigingen. Toch hebben het partijvoorzitterschap en je posities als bewindspersoon je enthousiasme niet bekoeld.

Mogelijk heeft het je wel gehard in het omgaan met politieke- en maatschappelijke tegenwind.

Na je ministerschap ging je je actief inzetten voor goede doelen en daarin zouden we elkaar weer tegenkomen. Je werd voorzitter van de stichting Lezen & Schrijven, voorzitter van de Midden-Delfland vereniging en onder meer directeur-bestuurder bij het Ronald Mc Donald Kinderfonds.

Ik was voorzitter van het Ronald Mc Donald Huis Amstelveen en we hadden ergens eind 2013 je eerste vergadering met alle voorzitters van de huizen uit het hele land in Amersfoort. Bij het begroeten riep je spontaan. “Jan, ben jij er? Jij wordt toch burgemeester van Utrecht?”. Haal m’n schouders op, want weet natuurlijk van niets. De vergadering begint. De voorstelronde is bijna voorbij. Dan word ik gebeld en loop de vergadering uit. Kom even later terug met de mededeling dat over een kwartiertje de voordracht voor het burgemeesterschap van Utrecht bekend wordt … “Wilt u het nog even voor u houden? Ik vertrek nu en ga snel mijn gezin en mijn ouders bellen”.

Het is allemaal geschiedenis, maar het staat me nog helder voor de geest.

Recenter zijn onze ontmoetingen als ambtgenoten hier in het Zuid-Hollandse. We zijn samen opgetrokken voor onze regio en het grotere verband van de MRDH. Verbanden waarin we te maken hebben met overlappende netwerken en uitdagingen op vele terreinen: denk aan de woningbehoefte, de bereikbaarheid, het onderwijs en kansen voor het bedrijfsleven. Je was daarin niet alleen energiek en (ook weer) vasthoudend, maar ook begaan met de intercollegiale contacten en verhoudingen. Een soort moeder Theresa, zuster Klivia?

Als er ooit iets was, was jij degene die na een bijeenkomst suste of zei ‘doe je zelf een lol en bel nog ff na met die en die. Dat helpt’. En die eigenschap is in ons vak bijzonder. Niet omdat niet iedereen dat durft, maar omdat niet iedereen dat kan…

Zo dat was het.

Ik wens je een heerlijke en vrolijke toekomst met degenen die je omringen en zullen blijven omringen.

Het ga je goed.

Dag lieverd.