Dankwoord bij presentatie ‘Het huis aan het Slijkeinde. Het Haagse Dolhuis in de 18e eeuw’, 8 oktober 2026
Geachte mevrouw Van Straten,
Lieve Corry,
Veel dank voor dit boek.
Uw derde alweer.
En uit betrouwbare bron weet ik dat u al nadenkt over een vierde.
Het onderwerp van dit boek, en ook van de twee eerdere, bleef lange tijd onderbelicht.
Het is uw verdienste dat de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Den Haag nu op schrift is gesteld.
Met veel oog voor detail en voor het leven van alledag, omdat daar zoveel uit valt af te leiden.
En bovenal met liefdevolle aandacht voor de mensen om wie het in uw boeken draait: mensen die gedrag vertoonden dat destijds als ‘ziek’ of ‘ongewenst’ werd bestempeld.
Hoe ging men met deze mensen om in een tijd waarin nog geen medicijnen bestonden?
U heeft op dat terrein pionierswerk verricht.
Dat kunnen we gerust stellen.
De lijst met patiënten die u heeft gereconstrueerd, heeft deze mensen niet alleen een naam gegeven, maar ook een plaats in onze geschiedenis.
Dat deed u eerder al met uw indrukwekkende studie over de geestelijke gezondheidszorg tijdens de Tweede Wereldoorlog, Een wereld die er niet meer is, inmiddels alweer elf jaar geleden verschenen.
Dat boek leidde zelfs tot de oprichting van een monument voor de weggevoerde en vermoorde Joodse patiënten en onderduikers.
Wat ook bijzonder is, is de persoonlijke motivatie die in uw werk doorklinkt.
Uw herinneringen aan uw eerste ervaringen in de psychiatrie, als jonge vakantiehulp in de GGZ, maken duidelijk hoe vroeg die betrokkenheid is ontstaan.
Die levenslange aandacht voor kwetsbare mensen geeft uw onderzoek een warme, menselijke dimensie.
Wat zal het onderwerp zijn van uw volgende boek?
Ik weet zeker dat het, net als dit boek en de twee eerdere, opnieuw een welkome en waardevolle aanvulling zal zijn op de geschiedschrijving van onze stad.
Nogmaals, hartelijk dank.
En: blijf schrijven.