Meneer Cames van Batenburg, beste Carel,

U had een hond, ‘Balderik’ genaamd, die door u als een volwaardig lid van het gezin werd gezien.

Een echt persoon.

Dat wist Balderik…. Want, toen uw moeder een mooie grote hazelnotentaart van Maison Kelder had gekocht om na afloop van een concert te nuttigen, toen was die taart door het volwaardige gezinslid vakkundig verslonden.

Veel mensen in Den Haag en Leiden hebben u horen werken én spelen.

U combineert die beide, en bent al 55 jaar als organist in verschillende kerken te horen.

Over het niveau van uw spel bestaat weinig discussie: dat wordt omschreven als van internationale klasse.

Des te opmerkelijker voor wie zich realiseert dat u in het dagelijks leven elektromonteur was, en zich het orgelspel eigen maakte door zelfstudie.

Gaandeweg specialiseerde u zich in de Franse orgelmuziek uit de 19e en 20e eeuw.

Erkenning bleef niet uit.

Drie keer deed u mee aan het Nationaal Orgelconcours voor amateurorganisten, en al die keren haalde u de finale.

En de eerste prijs? Die sleepte u twee keer in de wacht.
De échte prijswinnaars zijn natuurlijk de kerken waar u steeds weer achter het orgel plaatsneemt.

Een orgel wat, naar ik hoor, misschien ooit nog wel eens uw eigen orgel zal zijn want u heeft er zelfs al één gebouwd.

Voor de mensen in de zaal die zin krijgen om u in actie te horen zet ik even mijn VVV-pet op:

Als organist van de Sint Jacobus de Meerderekerk speelt u op kerkelijke hoogtijdagen en bijzondere gelegenheden.

Dat leverde u de voor een amateur uitzonderlijk eervolle titel van Titulair Organist op.

Al kun je iemand die ook de jaarlijkse Pausmis in de Sint Jacobus de Meerderekerk begeleidt eigenlijk geen amateur noemen….

Beste Carel: geef u met veel genoegen de versierselen die horen bij de Koninklijke Onderscheiding die u is toegekend.