Toespraak bij de herdenking van de intocht van de Prinses Irene Brigade, 8 mei 2026
Regimentscommandant Luitenant-kolonel Wijnen,
Geachte gasten,
Van harte welkom bij deze herdenking van de bevrijding van Den Haag.
Een bijzonder woord van welkom aan Prins Jaime en zijn dochter, Prinses Gloria Irene.
De naam van uw moeder en grootmoeder, Prinses Irene, is voor altijd verbonden met acht mei: de dag waarop in 1945 de Prinses Irene Brigade als eerste geallieerde eenheid Den Haag binnentrok.
I would like to welcome Mr. Chris Rampling, Ambassador of the United Kingdom and Mr. Keith Allan, Deputy Ambassador.
I would also like to welcome the Chargé d’Affaires of the Embassy of Canada, Ms. Julie Normand, together with Defence Attaché Sergeant Felicia Ogunniya.
British and Canadian troops fought hard for our freedom and made great sacrifices.
The Hague was pleased to welcome Canadian soldiers as liberators in 1945.
If you will permit me, I will now continue in Dutch.
Graag wil ik ook de leerlingen van het Montaigne Lyceum welkom heten.
Een van hen, Kerim Akin, heeft eerder dit jaar op het stadhuis een snuffelstage gelopen.
Straks zullen we samen een krans leggen.
Wat goed dat jullie met zovelen hier aanwezig zijn.
Zeker ook omdat jullie school in Ypenburg staat, een plek die zozeer verbonden is met de geschiedenis die wij vandaag herdenken.
Want het was rondom het toenmalige vliegveld Ypenburg dat op 10 mei 1940 heel hard gevochten is tijdens de Slag om de Residentie.
Overmorgen zal dat weer herdacht worden, tijdens twee herdenkingen in Ypenburg en op het Militaire Erehof aan de Kerkhoflaan.
Dankzij de moedige tegenstand van de Nederlandse troepen bij Ypenburg en op andere plekken rond Den Haag slaagden de Duitsers er op 10 mei 1940 niet in om de Koningin, de Koninklijke Familie (inclusief de kleine Prinses Irene) en het kabinet gevangen te nemen.
Koningin Wilhelmina kon vanuit Londen de Nederlanders over de radio moed inspreken en Prinses Juliana en haar gezin waren veilig in Canada.
Vijf jaar later was de nachtmerrie van oorlog en onderdrukking eindelijk voorbij.
Wie de foto’s en filmbeelden van toen bekijkt, kan zich een klein beetje een voorstelling maken van de blijdschap en de opluchting die op dat moment heersten.
De mannen van de Prinses Irene Brigade viel de eer te beurt om als eerste geallieerde eenheid onze stad binnen te rijden.
In de jaren daarvoor hadden zij, sinds de oprichting op 11 januari 1941, zij aan zij met andere geallieerde troepen gevochten tegen de Duitsers.
Dat bracht hen naar Frankrijk, België en uiteindelijk ook Nederland, waar bij Tilburg, Hilvarenbeek, Colijnsplaat en Hedel aan de Maas hevige strijd door hen is geleverd.
De Prinses Irene Brigade bracht ons de vrijheid en hielp mee de tirannie te verdrijven.
De Brigade had dan ook geen betere naam kunnen krijgen dan die van Irene: ‘zij die vrede brengt’.
Den Haag herrees uit de puinhopen van de oorlog en werd opnieuw het hart van onze democratie.
Daarnaast ontwikkelde Den Haag zich in de loop van de jaren meer en meer tot internationale stad van vrede en recht.
Sinds jaar en dag vervullen Nederlandse militairen een belangrijke rol in internationale vredesmissies.
Zo ook de leden van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, dat is voortgekomen uit de Prinses Irene Brigade.
In de Grondwet is vastgelegd dat Nederland de internationale rechtsorde ondersteunt en dat ons leger daarin een belangrijke taak heeft.
Onze vrouwen en mannen zetten zich met hart en ziel, en onder vaak grote gevaren, in voor een veiliger en rechtvaardiger wereld.
Daarom verdienen zij onze onvoorwaardelijke steun.
Wij voelen ons met hen verbonden.
Het is aan ons om de lessen van toen levend te houden.
De bevrijding van 81 jaar geleden herinnert ons eraan dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is, en dat vrede vraagt om moed, samenwerking en vastberadenheid.
Laten we daarom blijven bouwen aan een wereld waarin recht boven macht staat, en waarin toekomstige generaties in vrijheid kunnen leven.
Dat is de erfenis van de Prinses Irene Brigade – en onze gezamenlijke opdracht voor de toekomst.
Dank u.