Toespraak door Jan van Zanen bij de herdenking op het Militaire Erehof, 10 mei 2026
Geachte aanwezigen,
Achter een kort bericht in de krant kan soms een drama schuilgaan. In de Haagsche Courant van 30 mei 1940 konden de inwoners van Den Haag de volgende onschuldige mededeling lezen:
“De buitenplaats Ockenburgh te Loosduinen, welke de laatste weken gesloten is geweest, is gisteren weer voor het publiek opengesteld.”
Met geen woord wordt gerept van de reden waarom Ockenburgh in de meidagen van dat jaar niet toegankelijk was.
Net als het toenmalige vliegveld Ypenburg was ook het hulpvliegveld Ockenburgh het toneel geweest van hevige gevechten tussen Duitse en Nederlandse troepen. Ook hier daalden Duitse parachutisten op 10 mei 1940 neer en landden de grote Junkers JU 52-vliegtuigen.
Dankzij de moedige tegenstand van de Nederlandse troepen leden de Duitsers grote verliezen bij de Slag om de Residentie. Na de slag zouden er zelfs aan Duitse zijde twijfels zijn ontstaan over de inzetbaarheid van luchtlandingstroepen. Maar het belangrijkste is toch wel dat door de Nederlandse afweer het Duitse plan om Nederland te beroven van zijn regering, mislukte.
Zojuist was ik bij de herdenking op het ILSY-plantsoen, vanochtend was ik, net als Overste Van Kemenade, aanwezig bij de herdenking van de gevallen Grenadiers en Jagers, bij het aan hen gewijde monument aan het Böttgerwater in Ypenburg.
Een van de Grenadiers is Eduard Otto Huizinga, die hier begraven ligt.
Geboren op 4 april 1917 in Leeuwarden.
Eduard Huizinga woonde aan de Laan van Meerdervoort en was chauffeur van de regimentscommandant van het Regiment Grenadiers.
Het kantoor van de regimentscommandant bevond zich in Loosduinen, in het kantoorgebouw van de toenmalige Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (WSM).
Na de landing van de Duitsers op het hulpvliegveld Ockenburgh achtte men het veiliger om het kantoor te verplaatsen naar een schoolgebouw aan de Mient.
Bij die verhuizing bleven wat kaarten achter.
De regimentscommandant vroeg aan zijn chauffeur om die alsnog op te halen.
Eduard Huizinga kende de buurt goed omdat hij er woonde.
Dat, of misschien zijn gevoel voor de spanning, zorgde ervoor dat hij niet rechtstreeks naar Loosduinen reed, maar over de Laan van Meerdervoort.
Aan het einde ging hij linksaf de Kijkduinsestraat op richting Loosduinen.
Daar bleek echter de vijand te zitten, die de auto hevig beschoot.
Eduard Huizinga werd daarbij getroffen maar kon nog wel doorrijden.
Bij het kantoor van de WSM rolde hij zwaargewond uit de auto.
Hij werd overgebracht naar de Oranjekliniek en daar nog geopereerd, tevergeefs.
Op 13 mei 1940 bezweek Eduard Huizinga aan zijn verwondingen, 23 jaar oud.
Wij gedenken hem en alle andere in de meidagen omgekomen militairen en hun naasten met eerbied.
Ik ben dankbaar dat in Den Haag mensen zich inzetten om de herinnering aan hen en de Tweede Wereldoorlog levend te houden.
Bijvoorbeeld met deze herdenking, die hier sinds 2010 plaatsvindt.
En bij de Lintjesregen mocht ik een Koninklijke onderscheiding uitreiken aan Ronald Vrolijk, voor zijn onvermoeibare inzet op historisch gebied, in het bijzonder rond Ockenburgh.
De verhalen uit de Tweede Wereldoorlog verplichten ons tot handelen.
Want de vrede en vrijheid die wij mogen genieten, zijn geen vanzelfsprekendheid.
Wij moeten die koesteren en verdedigen.
En lessen trekken uit de geschiedenis.
Elke dag opnieuw.