Toespraak bij de onthulling van het naambord ‘Jan van Zanen IJsvogelbroedwand’ op Clingendael, 22 april 2026
Geachte aanwezigen, Beste allemaal,
Vorig jaar woonde ik tot mijn genoegen het 100-jarig bestaan van de Haagse Vogelbescherming bij.
Bij die gelegenheid mocht ik ook de versierselen uitreiken die horen bij een koninklijke erepenning.
Verrassend genoeg kreeg ik die dag zelf ook een geschenk, als vertegenwoordiger van bestuurlijk en ambtelijk Den Haag.
Dat geschenk brengt ons vandaag hier.
Voor alle duidelijkheid: ik ben vandaag niet de hoofdpersoon.
Want dat is Koning IJsvogel.
Een vogel die zich hier in de residentie prima thuis lijkt te voelen en die hier nu zelfs een eigen broedwand heeft.
Jean-Pierre Geelen en Saskia van Loenen schreven samen een boekje over de ijsvogel.
Eind vorig jaar werden zij geïnterviewd voor De Wulp, het orgaan van de Haagse Vogelbescherming.
In dat interview gaven de twee ruiterlijk toe dat hun boek bol staat van de teleurstellingen.
Want het eerlijke verhaal is: wie op zoek gaat naar de ijsvogel, vindt het beestje zelden.
Meestal gaat het om ongeplande ontmoetingen.
Zo’n toevallig treffen schijnt vaak diepe indruk te maken op de mensen die de ijsvogel te zien krijgen.
(Of dat andersom ook zo is, valt natuurlijk moeilijk te beoordelen.)
Zelf heb ik helaas nog niet het geluk gehad om deze blauw-oranje visser te zien langs flitsen.
Maar wat niet is, kan nog komen. Aan die gedachte houd ik me maar vast.
In het interview met Geelen en Van Loenen stuitte ik ook op het woord ‘ijsvogelpassieverhalen’, met 23 letters bij uitstek geschikt voor een spelletje galgje.
Dat zijn overigens zes letters meer dan ‘ijsvogelbroedwand’, al blijft dat volgens mij toch óók een woord om je tegenstander bij galgje wanhopig mee te maken.
Dat deze ijsvogelbroedwand in Clingendael vanaf vandaag mijn naam draagt, vind ik een bijzondere eer.
Ik wens de ijsvogels die hier komen nestelen veel broedsels. En de mensen die hier komen kijken weinig teleurstellingen. Op naar gevleugelde ontmoetingen.
Dank u wel.