Toespraak door Jan van Zanen bij de Jom Hasjoa herdenking, 19 april 2026

 

Excellencies,

Distinguished guests,

Goedemiddag allemaal,

Vandaag zijn wij hier samen om te herdenken. Om stil te staan bij de zes miljoen Joodse vrouwen, mannen en kinderen die tijdens de Sjoa zijn vermoord. En om onze eigen Joodse stadsgenoten te gedenken, die uit Den Haag zijn weggevoerd en nooit zijn teruggekeerd. Meer dan 12.000 mensen. Mensen die deel uitmaakten van onze stad, van onze straten, van onze geschiedenis.

Het thema van deze herdenking – “Gedenken is kiezen voor menswaardigheid” – raakt diep. Want gedenken is geen passieve handeling. Het is een keuze. Een keuze om te erkennen wat er is gebeurd, om niet weg te kijken, om de waardigheid terug te geven aan mensen van wie die waardigheid op de meest brute wijze is afgenomen.

Primo Levi stelde in zijn boek Is dit een mens de vraag die ons tot op de dag van vandaag achtervolgt: wat gebeurt er met een samenleving wanneer mensen systematisch worden ontmenselijkt? Zijn getuigenis laat zien hoe dun de lijn is tussen beschaving en barbarij, en hoe noodzakelijk het is om menswaardigheid te beschermen – altijd, overal, en voor iedereen.

Wanneer wij hier de namen noemen van de vermoorde Joodse Hagenaars, dan doen wij precies dat: wij herstellen menswaardigheid. Wij zeggen: jij was een mens, jij had een naam, jij hoorde bij ons. Door die namen te laten klinken, maken wij ruimte in ons hart en ons hoofd voor hun levens. En wij maken ruimte voor hun nabestaanden, voor onze Joodse medeburgers, die vandaag deel uitmaken van onze stad en onze toekomst.

Afgelopen week zijn in Benoordenhout twintig nieuwe Stolpersteine gelegd, op initiatief van de bewoners van de Mesdagstraat en de American Women’s Club. Een indrukwekkend gebaar van betrokkenheid. Deze stenen, met de namen van vermoorde bewoners, brengen de geschiedenis terug naar de stoep voor hun huizen. Ze dwingen ons om te zien. Om te beseffen dat het hier gebeurde, in onze straten, in onze stad. En ze laten zien dat gedenken iets is dat we samen doen – als gemeenschap, als stad. Bijzonder en hartverwarmend is in dit geval dat leden van de internationale gemeenschap zo’n actieve rol op zich hebben genomen.

Maar gedenken is ook een waarschuwing. Want antisemitisme is niet verdwenen. Ook in Den Haag voelen Joodse inwoners opnieuw dreiging of onveiligheid. Vorig jaar werden de bloemen die u, de werkgroep Jom Hasjoa samen met de ambassadeurs bij het Joods monument had neergelegd, vernield. Een daad die u en vele anderen diep heeft gekwetst. De dader is gepakt en bestraft, maar de pijn die zo’n aanval veroorzaakt, laat zien hoe kwetsbaar waardigheid kan zijn – en hoe waakzaam wij moeten blijven.

Daarom heeft de gemeenteraad begin vorig jaar een plan vastgesteld om antisemitisme te bestrijden en het Joodse leven en de Joodse cultuur in onze stad te versterken. Een plan dat niet alleen gaat over veiligheid, maar ook over kennis, begrip en ontmoeting. Want antisemitisme bestrijd je niet alleen met regels, maar vooral met onderwijs, met verhalen, met zichtbaarheid.

Het onderwijs speelt daarin een grote rol. De website Eén stad, vele verhalen, een initiatief van de gemeente en verschillende partners, ondersteunt docenten bij deze belangrijke taak. Zo is er een lespakket ontwikkeld over sociale uitsluiting, gebaseerd op de documentaire over de verdwenen Joodse buurt in het centrum van Den Haag. Een buurt waar de meeste mensen in armoede of zeer bescheiden omstandigheden leefden – in weerwil van het antisemitische cliché dat Joden welvarend zouden zijn.

Izak van Gelder was  de ‘rebbe van de Buurt’. Waar hij ooit woonde staat nu het stadhuis. De man die voor velen een bron van steun en wijsheid was, werd vermoord in Sobibor. Zijn huis is verdwenen, zijn buurt is verdwenen, maar zijn naam leeft voort. En het is aan ons om ervoor te zorgen dat ook zijn waardigheid blijft voortleven.

Gedenken is kiezen voor menswaardigheid. Het is kiezen voor een stad waarin iedereen zich veilig weet. Een stad waarin antisemitisme geen ruimte krijgt. Een stad waarin we niet alleen herdenken wat verloren is gegaan, maar ook koesteren wat er is: een levendige Joodse gemeenschap, een rijke cultuur, een geschiedenis die ons verbindt.

Laat ons daarom vandaag niet alleen terugkijken, maar ook vooruit. Laat ons de herinnering aan onze vermoorde stadsgenoten dragen als een opdracht. Een opdracht om menselijkheid te beschermen. Een opdracht om waardigheid te verdedigen. Een opdracht om nooit te zwijgen wanneer anderen worden bedreigd.

Moge hun namen blijven klinken. Moge hun herinnering ons blijven inspireren. En moge onze stad altijd kiezen voor menswaardigheid.

Dank u wel.