Toespraak bij de uitreiking van een Koninklijke onderscheiding aan Daniel Springer, 16 september 2026 

 

Dear ambassador,  

Rabbijn Katzman,  

Geachte aanwezigen, 

Vandaag stonden we stil bij het feit dat honderd jaar geleden de synagoge aan de Harstenhoekweg in gebruik werd genomen. Sinds 1994 is de Nederlands‑Israëlitische Gemeente thuis op de plek waar we nu bijeen zijn. En het is vanaf die tijd dat de begrippen “Sjoel Scheveningen” en “Daniel – Danny – Springer” onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom richt ik me graag tot u, meneer Springer. 

Uw leven kenmerkt zich door toewijding, verantwoordelijkheid en een diepgewortelde verbondenheid met de Joodse gemeenschap in Den Haag. 

Dat komt tot uiting in uw inzet gedurende meer dan vier decennia. U was er vroeg bij, in 1981, toen u medeoprichter en bestuurslid werd van de Joodse studentenvereniging IJAR. Een plek waar jonge mensen elkaar vonden en waar u liet zien dat u niet aan de zijlijn wilde staan. U nam verantwoordelijkheid, u bouwde, u verbond. Dat is een rode draad die nooit meer is verdwenen. 

Vanaf 1984 zet u zich in voor het begrafeniswezen Chevre Kediesja Den Haag, onderdeel van de Nederlands‑Israëlitische Gemeente. Sinds 2015 bent u er hoofd van. Wat u daar doet, is van uitzonderlijke betekenis. U begeleidt mensen in hun laatste levensfase, u staat nabestaanden bij, u coördineert de uitvoering van rituelen die behoren tot de meest intieme en meest kwetsbare momenten in een mensenleven. U zorgt voor vrijwilligers, voor de uitvaartlocatie, voor de begraafplaats. En u bereidt het lichaam van de overledene volgens de Joodse wet voor op de begrafenis. Nabestaanden prijzen uw zorgvuldigheid, uw aandacht, uw vermogen om troost te bieden. 

Sport speelt in uw leven een belangrijke rol. Van 1994 tot 2005 was u secretaris van de Joodse sportvereniging Maccabi. U coördineerde zwemlessen, regelde het afzwemmen, beheerde de ledenadministratie en hielp bij subsidieaanvragen. Maar misschien nog belangrijker: u gaf kinderen een veilige, vrolijke plek. Een plek waar zij konden zwemmen, lachen en… chips kiezen: naturel of paprika. Ogenschijnlijk kleine momenten, maar voor velen vormend voor hun Joodse identiteit en hun gevoel van saamhorigheid. Maccabi was een sportieve haven waar vriendschappen ontstonden die een leven lang meegaan. 

En dan was er Jom Ha Voetbal, het jaarlijkse sportevenement voor kinderen van 6 tot 16 jaar, waar u teams samenstelde, coachte en subsidie regelde. De Haagse ‘Harries en Bianca’s’ gingen moe maar voldaan (iemand schreef ‘gesloopt’) naar huis, vaak met een beker.  

Binnen de Nederlands‑Israëlitische Gemeente Den Haag, locatie Scheveningen, bent u –  ik zei het aan het begin – decennialang een onmisbare kracht. Als gabbe of gabbai (een soort koster) zorgt u ervoor dat diensten ordelijk verlopen, dat rituelen kloppen, dat iedereen zijn plek vindt. U bent voorganger, voorzanger (chazzan), organisator en aanspreekpunt. U opent de deuren als eerste en sluit ze als laatste.  

Van 1997 tot 2009 maakte u deel uit van het dagelijks bestuur. U moderniseerde administratieve processen, digitaliseerde de registers en archieven, en versterkte de verbinding tussen gemeente en leden. Uw expertise als programmeur zette u volledig belangeloos in. U hielp leden met digitale problemen, aan huis of telefonisch, net zo lang tot alles werkte. Mag ik ook eens een beroep op u doen? Ik kan niet zonder de helpdesk, moet u weten. 

Meneer Springer, de Joodse gemeenschap in Nederland is klein en kwetsbaar. Het voortbestaan van haar sociale, sportieve en culturele identiteit is afhankelijk van mensen zoals u. Mensen die niet wachten tot een ander het doet, maar zelf opstaan.  

U bent zo’n mens. Meer dan veertig jaar bent u een steunpilaar van de Joodse gemeenschap van Den Haag en Scheveningen.  

Dit is niet onopgemerkt gebleven. 

Het is mij een eer en genoegen u de versierselen op te spelden die horen bij een Koninklijke onderscheiding. 

Van harte gefeliciteerd.