Toespraak bij uitreiking Koninklijke Onderscheiding aan Mariet Hubatý, 13 april 2026
Mevrouw Hubatý,
beste Mariet,
Daar zijn we weer, zou ik bijna zeggen.
Eerder was ik hier om u de stadspenning van de gemeente Den Haag te overhandigen.
Dat lijkt wel gisteren, vindt u niet?
Toch is dat alweer vijf jaar geleden.
Dat betekent ook dat u inmiddels 25 jaar actief bent als bestuurslid en secretaris van het Gilde Den Haag.
Het Gilde Den Haag is een vrijwilligersorganisatie met een enorme hoeveelheid kennis.
Kennis over onze stad én over onze taal.
Die kennis draagt het Gilde op allerlei manieren uit.
Tijdens historische stadswandelingen met een gids, waarvan er jaarlijks zo’n 8.000 worden verzorgd.
Door het geven van lezingen en het verzorgen van een opleiding in de Hagologie.
En ook door het organiseren van cursussen Nederlands voor nieuwkomers.
Stadsgids of cursusleider bent u zelf nooit geweest.
Al noemen uw dochters Stephanie en Vera u weleens een wandelende encyclopedie.
Bij het Gilde liet u vooral uw organisatorische kwaliteiten spreken.
U maakte daarbij dankbaar gebruik van uw kennis van het drukkers- en uitgeversvak
en nam daarnaast voortvarend de communicatie en PR ter hand.
Waarom trekt iemand die net met pensioen is zulke omvangrijke taken naar zich toe?
Want vaak besteedde u 20, 30, soms wel 40 uur per week aan het Gilde.
Ik heb mij dat oprecht afgevraagd en die vraag ook hardop gesteld.
Eén van uw dochters kwam met de volgende verklaring, en ik citeer:
“Mama zei altijd dat ze van een dag werken minder moe werd dan van een dag thuis zijn.”
Verdwijnen achter de spreekwoordelijke geraniums bleek voor u geen aantrekkelijke optie.
U had altijd met veel plezier bij uitgeverijen gewerkt.
Het Gilde Den Haag bood u de mogelijkheid om dat werkzame leven onbezoldigd voort te zetten.
U bleef zich nuttig maken.
U onderhield contacten.
U leerde nieuwe mensen kennen.
U maakte nieuwe vrienden.
Kortom, u gaf het Gilde veel en het Gilde gaf ook veel terug.
Gaandeweg werd u de spin in het web.
De onmisbare schakel die de hele keten bij elkaar hield en versterkte.
Het Gilde draait geheel op vrijwilligers.
Hun inzet heeft u altijd gekoesterd.
U hield nauwgezet bij wie in aanmerking kwam voor een attentie bij een jubileum.
Daarnaast zorgde u ervoor dat gidsen elkaar leerden kennen en waarderen.
Uw aangekondigde afscheid na 25 jaar zal ongetwijfeld een gat slaan in het Gilde.
Maar u bent proactief en heeft inmiddels al diverse hulptroepen laten aanrukken en in stelling gebracht.
Jezelf misbaar maken is immers ook een talent.
Dat wil zeker niet zeggen dat u niet gemist zult worden.
Nu wacht u een uitgesteld pensioen dat allerminst saai zal zijn.
Daar zorgt u zelf wel voor, daarvan ben ik overtuigd.
Zo rijdt u nog altijd auto, een vaardigheid die u ooit opdeed dankzij de rijlessen van uw latere echtgenoot.
Uw zus in Zaltbommel zal ongetwijfeld weer uitkijken naar uw bezoekjes.
Ook uw eerste vakantie is al geboekt.
Binnenkort reist u samen met uw dochters af naar het zonnige Marbella.
En helemaal afscheid nemen van alle mensen van het Gilde?
Dat lijkt er toch niet echt in te zitten.
Daarvoor bent u te zeer met elkaar vergroeid.
Wens u alle geluk in deze nieuwe fase van uw leven
en zet met veel genoegen de kroon op al het liefdewerk
dat u de afgelopen 25 jaar heeft verricht.
Van harte gefeliciteerd met deze Koninklijke onderscheiding.
Dank u wel.