Toespraak door Jan van Zanen bij de uitreiking van een Koninklijke onderscheiding aan Vera Beths, 1 juni 2026 

 

Beste allemaal, 

 

‘Was ik maar de viool van Vera Beths, dan waren op mijn hals de mooiste noten, in de nabijheid van zovele groten, tot klinken en tot schitteren gebracht. Soms hard, soms bijna fluisterend zo zacht, wat had ik elke dag intens genoten’. 

Zo, u zult het zich vast herinneren, bezong Mike Boddé alweer wat jaren geleden in Podium Witteman de kunst van de vrouw om wie het vandaag draait. 

 

Beste Vera Beths,   

Ik beschouw het als een grote eer u vandaag te mogen toespreken. 

Vandaag, op deze heel bijzondere dag. 

Na meer dan veertig jaar stopt u met lesgeven aan het Koninklijk Conservatorium, dat dit jaar zijn tweehonderdjarig bestaan herdenkt. 

En u bent bovendien jarig*… 

 

Bij een moment als vandaag ontkom je niet aan een terugblik. 

Wie terugblikt op uw lange loopbaan als musicus, die valt onmiddellijk op hoe gevarieerd uw repertoire altijd is geweest. 

Van oude muziek tot eigentijdse composities. 

U heeft zich daarnaast van meet af aan niet beperkt tot de zogeheten ‘klassieke of serieuze muziek’. 

Wie gaat grasduinen op YouTube vindt verrassende opnamen van u, zoals die prachtige vioolsolo in De reiziger van Boudewijn de Groot (‘Geef de reiziger een stoel, geef hem brood en droge kleren…’). 

Of wat te denken van de Ode aan de kleurentevee van Koot en Bie, uit de vroege jaren zeventig, met Wim de Bie aan de piano (‘Omdat u geld had, kocht u kleurenteevee, u dacht het is zeker even wennen’). 

 

Uw eigen televisiedebuut was nog in zwart-wit, op 16jarige leeftijd. 

Dat was iets in die dagen. 

Het waren uw vader Gijs en later Herman Krebbers en Ivan Galamian die u onderwezen in het vioolspel. 

Krebbers verbood u het in zijn ogen ‘decadente’ Vioolconcert van Alban Berg in te studeren, maar dat deed u lekker toch. 

Onder leiding van Hans Vonk voerde u het uit met het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest, om het vervolgens wereldwijd nog tientallen malen te spelen. 

Die eigenzinnigheid is kenmerkend voor u en uw loopbaan. 

 

Van meet af aan wijdde u zich met hart en ziel aan nieuwe en nieuwste muziek. 

U werkte daarbij samen met grote namen als Reinbert de Leeuw, met wie u heel goed bevriend raakte, en u was ‘sparringpartner’ van Willem Breuker. 

Van hem zei u dat, toen u hem voor het eerst zag, hij binnenstapte als een soort ‘Al Capone’. 

Breuker vond de muziekpraktijk van die tijd (de jaren zeventig) volgens u maar suf en truttig. 

Nou, u bent die sufheid en tuttigheid met hart en ziel te lijf gegaan. 

U koos voor spannend repertoire en was bijvoorbeeld niet te beroerd om uw Stradivarius als percussie-instrument te gebruiken als de componist dat vraagt. 

Beroemde componisten als Philip Glass, Peter Schat en John Cage schreven speciaal voor u. 

U maakte opnamen, onder anderen met uw overleden echtgenoot, de cellist Anner Bijlsma, waarvan er vele als ‘standaard’ gelden. 

Maar niet alleen in het repertoire uit de twintigste eeuw blonk u uit. 

U gold en geldt ook als een expert op het gebied van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk van barokmuziek en muziek uit de klassieke en romantische periode. 

Met L’Archibudelli was u in de jaren tachtig en negentig trendsettend op dat gebied. 

Vele platen van dit ensemble werden bekroond met prijzen, zoals de Edison Klassiek. 

 

Daarnaast groeide u uit tot een van de belangrijkste viooldocenten die Nederland de afgelopen vijftig jaar heeft gekend. 

Als docent aan de conservatoria van Amsterdam en Den Haag grossierde u in studenten die, net als u in 1969 deed, het Nationaal Vioolconcours Oskar Back wonnen. 

U laat een lange lijst na van studenten die elk op eigen wijze het landschap van het Nederlandse muziekleven hebben veranderd. 

Het is tekenend dat velen van hen, net als u, nieuwe wegen durfden in te slaan. 

Oudstudenten prijzen u. 

U eiste niet alleen dat ze hard studeerden en een volle klank maakten, maar ook goed over de muziek nadachten. 

Niet alleen maar “kijk mij eens mooi spelen”. 

U gaf ze lessen voor het leven. 

Iemand verwoordde het zo: “En als ze tijdens de les voor je speelde, zo vlak naast je, op haar mooie Stradivarius, werd je op een fijne manier heel klein en wilde je het liefst nog harder studeren om te kunnen wat zij kan.” 

En over studenten gesproken: dankzij de instelling van de ‘Beths Beurs’, kunnen master studenten voortaan projectvoorstellen indienen waarbij zij gebruik maken van de muziekarchieven in het Nederlands Muziek Instituut.

Dat is, zoals u waarschijnlijk weet, onderdeel van het Haags Gemeentearchief.

 

Beste Vera Beths, 

Begin dit jaar ontving u een Oskar, niet met een ‘c’ maar met een ‘k’, vernoemd naar vioolpedagoog Oskar Back. 

U kreeg deze prijs voor uw indrukwekkende carrière op het podium en uw blijvende inzet voor het vioolonderwijs. 

Het is mij een groot genoegen u te mogen melden dat uw verdiensten ook op een andere wijze zijn gehonoreerd, namelijk met een Koninklijke onderscheiding. 

Van harte gelukgewenst en: thank you for the music.