Mevrouw Baak, beste Leny,

Zonder vrijwilligers ben je nergens, en dat geldt zeker voor de Scheveningse voetbalvereniging SVC’08.

En laten zij het geluk hebben dat ze al vijftig jaar altijd op u kunnen rekenen.

U verzet zoveel werk dat andere verenigingen daar wel vijf mensen voor nodig zouden hebben.

U heeft een lange staat van dienst, en begon al op uw zeventiende.

Met het clubblad maken, waar u zodanig druk mee was dat het soms leek alsof u met de typmachine vergroeid was.

Al snel werd u de leidster van de jeugdteams, waaronder dat van uw zoon.

Ook het jeugdbestuur kwam op uw pad, en daar bent u nooit gestopt.

Terwijl u ondertussen ook veel bardiensten draaide, en het jaarlijkse slotfeest altijd tot een succes maakt.

Nee, stilzitten zit niet in uw DNA.

Zo bemoeide u zich- intensief met de fusie van twee clubs, en ging u gelijk ook maar de ledenadministratie doen.

Het moge duidelijk zijn: u stopt heel veel tijd én liefde in de club.

Ook zieke leden worden door u nooit vergeten.

Toch heeft u nog meer noten op uw zang.
Zo bent u al dertien jaar secretaris bij het Schevenings Vissersvrouwenkoor, waar u traditie en erfgoed levend houdt.

Van het verzorgen van de traditionele kleding voor leden, tot het zingen van liederen over zee en leven.

En dan was u ook nog eens een aantal jaar vrijwilliger bij het hospice.

Beste Leny, begrijp dat u de Koning al eens heeft toegezongen in Ahoy.

Vandaag is het als het ware zijn beurt om iets terug te doen.

Want mag u, namens hem, de versierselen geven die horen bij de Koninklijke Onderscheiding die u is toegekend voor een halve eeuw vrijwilligerswerk.