Mevrouw Biekman, beste Marva:
Vandaag zijn de rollen omgedraaid, want meestal is het uw stem die spreekt.
Taal speelt daar een belangrijke rol in, en het Sranantongo in het bijzonder.
U houdt deze Surinaamse taal niet alleen levend, maar zorgt er ook voor dat jongere generaties het zich eigen maken.
Zoals u zelf zegt: als je de verborgen regels én de geschiedenis van het ontstaan van een taal kent, ben je beter in staat woorden te analyseren.
In 2013 werd u tweede bij Sranantongo-dictee.
Gaf dat het spreekwoordelijke zetje om zelf uw teksten te maken?
Want een jaar later verscheen uw eerste roman, en inmiddels staan er zeven boeken op naam van Krofaya Kromanti: uw artiestennaam.
Als autodidact, uw inkomen verdiende u in de zorg, voegde u in de loop der jaren al 500 nieuwe woorden aan de taal toe.
Zoals ‘mondkapje’.
Woorden die ook hun weg vinden naar de gedichten en liederen die u schrijft en voordraagt.
‘Ini dipi firi fu tiri, mi skrifbosro e triki, ini a De fu mi Tide, Dyodyotongokoni, tapu udu ferfi baniri!’ oftewel:
‘In de echo van mijn zijn, druppelt het penseel, majestueuze voorouders wijsheden op hout geverfde panelen’.
Dat is precies wat u ook heeft gedaan voor het Sranan: het levend gehouden, doorgegeven, en met liefde gedragen.
U vindt ook andere manieren om mensen een stem te geven.
Dat doet u al veertig jaar bij Sophiedela, de Afro-Europese vrouwenbeweging die het bewustzijn rond racisme vergroot.
En waar we de komst van Nationaal Monument Slavernijverleden aan te danken hebben.
Beste Marva, beste Krofaya: de waardering voor uw inzet voor het Sranantongo én de samenleving is groot.
Het is een eer u de versierselen uit te reiken die horen bij de Koninklijke Onderscheiding die u is toegekend.