Meneer Ozir,
Beste Mohamed,
Den Haag is een stad waar vele geloven en levensbeschouwingen samenkomen. Een stad waarin talloze inwoners kracht, richting en verbondenheid putten uit hun geloof.
Vanaf de oprichting van het Islamitisch Genootschap Nederland in 1968 is deze vereniging een plek waar Surinaamse Islamitische Hindoestanen elkaar kunnen ontmoeten, hun geloof belijden en samen kunnen bouwen aan een hechte gemeenschap.
Binnen die geschiedenis neemt u, meneer Ozir, een uitzonderlijke plaats in.
Meer dan veertig jaar lang heeft u zich als vrijwilliger ingezet in uiteenlopende rollen: als bestuurslid, als religieuze voorganger en als commissielid.
U leidde de vrijdagsgebeden, de gebeden tijdens de Ramadan en stond families bij in tijden van verlies, zowel in de moskee als bij mensen thuis.
Uw aanwezigheid bracht rust, troost en richting. Daarnaast heeft u zich jarenlang ingezet voor de geestelijke verzorging van zieke en terminale leden, een taak die grote empathie en toewijding vraagt.
Ook op hoge leeftijd blijft u actief betrokken, onder andere bij de organisatie van het jaarlijkse offerfeest.
Uw inzet is nooit afgenomen; alleen de uren zijn iets verminderd, maar uw betrokkenheid is onveranderd groot.
Uw bijdrage reikt bovendien verder dan Nederland.
Van 1975 tot 1980 was u secretaris van Himayatul Islam in Suriname.
Deze periode was bijzonder roerig door de afsplitsing van de Surinaamse Islamitische Vereniging.
U zette zich onvermoeibaar in om eenheid te bewaren in een tijd onzekerheid.
Ook na uw komst naar Nederland bleef u zich inzetten voor de gemeenschap in Suriname, onder andere door fondsen te werven voor de bouw van een nieuwe moskee.
U bracht mensen samen, mobiliseerde steun en gaf velen het gevoel deel uit te maken van iets groters.
Uw leven staat in het teken van dienstbaarheid, wijsheid en verbinding.
U heeft generaties geïnspireerd en uw impact is blijvend. Het is mij een grote eer u de versierselen uit te reiken die horen bij een Koninklijke onderscheiding.
Van harte gefeliciteerd.