Toespraak door Jan van Zanen bij de onthulling van de herdenkingsplaquette bij Dunea, 1 mei 2026

 

Geachte aanwezigen,

 

Om te beginnen een woord van dank.

Dank aan de directie van Dunea.

Dunea, dat niet alleen zorgt voor schoon en smakelijk drinkwater, maar ook de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend houdt.

En dat is heel belangrijk.

Zeker, gezien de afstand tot de gebeurtenissen van de jaren 1940-1945 en het aantal ooggetuigen dat steeds kleiner wordt.

Maar ook omdat we geconfronteerd worden met de opkomst van extreemrechtse, autoritaire en antidemocratische regimes.

En een schrikbarende groei van antisemitisme.

Het toenemende oorlogsgeweld en de stijgende minachting voor het internationaal recht zijn reden tot grote zorg.

En herinneren ons er dagelijks aan dat de vrede en vrijheid waarin wij mogen leven allerminst vanzelfsprekend zijn.

 

Den Haag en haar bevolking kregen het tijdens de Tweede Wereldoorlog bijzonder zwaar te verduren.

Onder de slachtoffers waren ook de nodige Haagse gemeenteambtenaren.

Meteen na de bevrijding waren er initiatieven om één gedenkteken op te richten, ter nagedachtenis aan alle omgekomen personeelsleden van de gemeente Den Haag.

Dat kwam er niet, omdat verschillende gemeentelijke diensten en bedrijven al vergevorderde plannen hadden voor eigen monumenten.

Tegenwoordig zijn alle bestaande plaquettes samengebracht op het Trekvlietplein, waar elke 4 mei een herdenkingsbijeenkomst plaatsvindt.

De plaquette die wij vandaag opnieuw onthullen vormt daarop een belangrijke aanvulling.

De namen van de medewerkers van de toenmalige gemeentelijke Duinwaterleiding van ’s‑Gravenhage worden hiermee aan de vergetelheid ontrukt.

 

Bijvoorbeeld die van Philip de Beer, chemicus, mecanicien en instrumentenmaker.

Heel bijzonder en ontroerend dat vandaag twee familieleden van hem aanwezig zijn.

Philip de Beer behoorde tot de Joodse ambtenaren die op last van de Duitse bezetter ontslagen werden.

Dat de gemeente die opdracht volgzaam uitvoerde (zelfs de gemeentesecretaris Boasson moest vertrekken) is en blijft bijzonder pijnlijk en stemt tot nadenken.

Datzelfde geldt voor de medewerking van de gemeente aan het verwijderen van Joodse leerlingen van openbare scholen.

Een van de scholen waar zij vervolgens onderwijs konden volgen was het Joodsch Lyceum aan de Fisherstraat.

Daar vond ook Philip de Beer werk, als amanuensis.

Tot hij en zijn echtgenote en dochter in november 1942 werden opgepakt en weggevoerd.

Tijdens de lerarenvergadering van 11 december van dat jaar stond rector Teixeira de Mattos stil bij hem en andere personeelsleden die er niet meer waren:

“Van de meesten weten we absoluut niets en we kunnen slechts de hoop uitspreken dat het hen naar omstandigheden goed gaat”, aldus de rector in zijn verslag, geciteerd in het boek Slotakkoord der kinderjaren van Wally de Lang.

Bijzonder navrant: juist op diezelfde 11 december 1942  werden Naatje de Beer-Lisser en haar dochter Sara in Auschwitz-Birkenau bij aankomst vermoord.

Philip de Beer is waarschijnlijk in de omgeving van Auschwitz tewerkgesteld.

Zijn overlijdensdatum is vastgesteld op 28 februari 1943.

 

Moge de herinnering aan het trieste lot van het gezin De Beer, als ook de nagedachtenis aan de andere mensen op deze plaquette, een vermaning voor ons en komende generaties zijn.

En een opdracht, elke dag weer.

Alles te doen om de democratie en rechtstaat te beschermen en vrede en recht te bevorderen, wereldwijd en dichtbij huis.

Dank, Dunea.