Meneer Doop,

Beste Paul,

Uw loopbaan laat een indrukwekkend spoor van verantwoordelijkheid, visie en maatschappelijke betrokkenheid zien.

Als lid van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam heeft u niet alleen twee grote instellingen tegelijk gediend, u heeft ze ook toekomstbestendig gemaakt.

U professionaliseerde de financiële organisatie, realiseerde een ambitieus huisvestingsplan en legde de basis voor de campusontwikkeling waarvan medewerkers en studenten nog altijd profiteren.

 

Even vooruitstrevend was uw rol bij de Amsterdam Economic Board, waar u als een van de eersten het belang zag van samenwerking tussen kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven.

U bracht mensen samen en creëerde de kruisbestuiving die de regio blijvend heeft versterkt.

Bij de NPO bracht u rust en stabiliteit in een turbulente periode, verbeterde u de samenwerking met de omroepen en gaf u diversiteit en inclusie een stevige impuls.

Uw jarenlange, onbezoldigde inzet voor de Nederlandse Reisopera en de Anne Frank Stichting getuigt van uw morele kompas en uw persoonlijke betrokkenheid bij cultuur, democratie en gelijke rechten.

U leidde deze organisaties door complexe fases en versterkte hun maatschappelijke betekenis.

Ook binnen de Algemene Rekenkamer hier in Den Haag heeft u een uitzonderlijke bijdrage geleverd.

Gedurende twintig jaar was u een drijvende kracht achter het functioneren van het college en de organisatie.

U voerde en begeleidde strategische onderzoeken op terreinen als zorgkwaliteit, belastingontwijking en gaswinning.

Steeds wist u complexe vraagstukken te vertalen naar heldere aanbevelingen die de publieke sector verder brachten.

Als klankbord voor presidenten en collegeleden speelde u een cruciale rol in de kwaliteit van het collegiale bestuur.

Daarnaast droeg u wezenlijk bij aan de strategische koers van de Rekenkamer en nam u als lid‑rapporteur verantwoordelijkheid voor dossiers die om bijzondere zorgvuldigheid vroegen.

Vandaag krijgt de waardering voor uw indrukwekkende maatschappelijke inzet een Koninklijk tintje.

Aan mij de eer u de versierselen uit te reiken die bij deze onderscheiding horen.