Dankwoord door Jan van Zanen bij de presentatie van het lustrumboek van Geschiedkundige Vereniging Die Haghe, 4 oktober 2025
Goedemiddag allemaal,
In het bijzonder: Max Keulaerds (voorzitter Die Haghe), Raymund Schütz (voorzitter redactie lustrumboek) en Marcel Verreck,
Hartelijk dank voor dit mooie boek.
Beschouw het als een grote eer om het, als burgemeester van Den Haag én als erevoorzitter van Geschiedkundige Vereniging Die Haghe in ontvangst te mogen nemen.
De betekenis van Die Haghe voor de geschiedschrijving van Den Haag hoef ik u niet uit te leggen.
Zo hebben we bijvoorbeeld aan Die Haghe te danken dat er een Haags Historisch Museum is, dat nu een grote restauratie ondergaat.
De jaarboeken van Die Haghe, de oudste nog bestaande historische vereniging van Holland, zijn nog altijd een belangrijke bron voor wie zich in de geschiedenis van onze stad wil verdiepen.
Een paar jaar geleden bood Roel in ’t Veld mij 35 jaarboekjes uit de nalatenschap van zijn vader aan.
Die staan sindsdien in de boekenkast van de directie Communicatie, onder handbereik van onder anderen mijn speechschrijvers.
Die putten daar graag uit, want de geschiedenis van Den Haag is bijzonder rijk, dat weet u natuurlijk veel beter dan ik.
En omdat Den Haag nu al zo lang het politieke en bestuurlijke centrum van Nederland herbergt, ontstijgt die Haagse historie menigmaal het puur lokale.
Het vorige lustrumboek behandelde de sloop van gebouwen gedurende de Tweede Wereldoorlog, als gevolg van de aanleg van de Atlantikwall.
Sloop, opgelegd door de bezetter.
In dit boek gaat het om wat anders: gebouwen die plaats moesten maken voor andere, maar dan niet als gevolg van oorlog of bijvoorbeeld brand, maar puur op basis van een beslissing om te slopen.
En zo heeft dit boek een deel van de geschiedenis, gebouwde geschiedenis, gevangen voor de eeuwigheid, hoewel die niet voor de eeuwigheid was gebouwd, zoals de titel zegt.
Een bekend voorbeeld is wooncomplex de Zwarte Madonna, dat maar 22 jaar heeft gestaan en waarover Joris Wijsmuller zo meteen zal spreken.
Toen ik aantrad was Amare nog in aanbouw, als opvolger van de Dr Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater, die het iets langer volhielden, een kleine 28 jaar.
Het gebied rond het Spui heeft de afgelopen decennia sowieso een ingrijpende ontwikkeling doorgemaakt.
In het atrium van het stadhuis stond tot gisteren een tentoonstelling naar aanleiding van het dertigjarig bestaan van het stadhuis, die dat goed illustreerde.
Een stad als De Haag is altijd in beweging, iets dat dit boek ongetwijfeld aantoont.
Grote ruimtelijke ingrepen zijn van alle tijden.
We moeten er wel goed over nadenken en de geschiedenis toont ook aan dat we soms (gelukkig) terugkomen op bepaalde beslissingen.
Daarbij denk ik aan wat ik dit voorjaar nog memoreerde bij de herdenking van de overleden VVD-wethouder Chris Nyqvist:
het zogeheten Historisch Compromis, dat hij in 1981 sloot met collega-wethouders Adri Duivesteijn (PvdA) en Lex Blankestijn van het CDA.
Hiermee waren de bouwplannen voor de zogeheten Dwarsweg van de baan, die het Prins Bernhardviaduct moest verbinden met de Prinsengracht, wat een fikse kaalslag in dit historische deel van de stad zou hebben betekend.
Het gaat echter niet alleen om de gebouwen, maar ook om de mensen die erin wonen en werken.
Heb begrepen dat het boek ook daarop ingaat en dat juich ik toe.
De stad, die maken we met elkaar.
Daarom mogen we twee dingen nooit uit het oog verliezen, bij alle (gezonde) ambitie: de menselijke maat én het historisch gegroeide stadsbeeld.
Graag wil ik de leden en het bestuur van Die Haghe van harte te feliciteren met het 135-jarig bestaan.
Hoop dat er nog veel publicaties zullen volgen.
De rijke geschiedenis van Den Haag verdient die aandacht en is bij Die Haghe in de best mogelijke handen.