Meneer Leloux,

beste Richard,

 

‘Eens een scout, altijd een scout’

U bent het levende bewijs van deze nogal boude stelling.

Die zal niet voor iedereen opgaan, maar voor u zeker wel.

Als jochie van een jaar of 8 werd u als welp geïnstalleerd bij Scouting Ferguson.

Inmiddels zijn we 57 jaar verder en: u bent er nog steeds.

Uw eigen ervaring gebruikte u later om zelf als vrijwilliger aan de slag gegaan.

Dat doe u nu al bijna een halve eeuw lang, in een lange reeks functies.

U was leider en teamleider bij de Verkenners.

Was op districtsniveau spelleider van datzelfde scouting-onderdeel.

En werd vervolgens leider bij de Bevers

Daarna combineerde u het voorzitterschap van de scoutingvereniging met uw taken als bestuurslid van het stichtingsbestuur.

Mede dankzij uw inspanningen werken die twee organen sindsdien ook een stuk beter samen.

Door de jaren heen deed u nog veel meer scouting-klussen.

En ook nu nog bent u actief bij de Ferguson-groep:

als vertrouwenspersoon met grote kennis van zaken.

Wanneer we terugkijken op uw lange scoutingcarrière, valt één ding op:

U bent bijzonder vaak in de voetsporen getreden van uw oude vriend Hans Bert Griffioen.

U kwam, als hij ging.

Dat is niet zo gek natuurlijk:

écht slimme padvinders kiezen nou eenmaal voor gebaande paden.

Eenzelfde soort gewiekstheid legde u steevast aan de dag als inkoper. Daar bent u terecht trots op.

Toch kocht u ook wel eens té scherp in.

Zo was er die beruchte terugreis vanaf het Schotse jubileumkamp in 1998.

Voor 150 Fergusonners bleek er geen hap meer te eten.

Dat voorval is u lang nagedragen.

Vooral omdat zelfs 5-jarige Bevertjes door die plotselinge voedselschaarste werden getroffen.

(Of ze ook huilend om eten riepen, vertelt het verhaal dan weer niet)

Een echte scout moet leren afzien, zullen we maar denken.

Want een sterk karakter krijg je niet zomaar…

Gezien uw jarenlange tomeloze inzet zit ‘t met uw karakter wel snor.

Graag feliciteer ik u van harte met uw Koninklijke onderscheiding.