Meneer Geenen,

beste Ron,

 

Als het over defensie gaat, gaat het vaak over het ‘defensieapparaat’.

Dat apparaat is er om ons land te verdedigen tegen externe dreigingen,

én wordt ingezet om vrijheid en vrede wereldwijd te bevorderen.

Het allerbelangrijkste onderdeel van dit defensieapparaat blijven echter de mensen.

Zij die het werk doen en de beslissingen nemen.

De mensen van defensie vormen de onmisbare radertjes.

Hun geestelijk en lichamelijk welzijn is daarom letterlijk van levensbelang.

Niet alleen voor henzelf, maar voor iedereen die hun bescherming geniet.

Uw hele werkzame leven – en vaak ook buiten werktijd –

heeft u zich bekommerd om het welzijn van deze defensiemedewerkers.

Mensen die hun werk vaak onder grote druk verrichten.

Mensen voor wie de steun van een geestelijk verzorger welkom is, en soms zelfs onontbeerlijk.

Inmiddels werkt u al 44 jaar voor het Ministerie van Defensie, waarvan de laatste 14 jaar als directeur van de Diensten Geestelijke Verzorging.

In die functie heeft u ervoor gezorgd dat de positie van geestelijk verzorgers binnen de krijgsmacht is verduidelijkt en versterkt.

Daarnaast treedt u op als onafhankelijk voorzitter van een college waarin zeven verschillende religieuze en levensbeschouwelijke stromingen zijn vertegenwoordigd.

Het vertrouwen dat men daar in u stelt, onderstreept uw reputatie als verbinder en bruggenbouwer.

Eerder in uw defensiecarrière was u belast met de oprichting en leiding van het Dienstencentrum Re-integratie.

Dit centrum helpt uitgevallen personeelsleden

om terug te keren binnen de organisatie.

U was als vrijwilliger medeoprichter

van de Stichting Multicultureel Netwerk Defensie.

Daarnaast bent u bestuurslid bij het Fonds KL 1940,

dat financiële ondersteuning biedt aan militairen

en voormalige militairen van de Koninklijke Landmacht.

En tot slot maakt u bij Defensie al jaren deel uit

van de Commissie Ongewenst Gedrag.

Een lange, niet uitputtende lijst van activiteiten en verdiensten, met één duidelijke gemene deler:

u ziet de mens, en zet deze voorop in alles wat u doet.

Dat, beste Ron, verdient onze waardering en ons respect.

Het is mij dan ook een groot genoegen u de versierselen te mogen uitreiken die horen bij uw Koninklijke onderscheiding.