Iemand vertelde dat Ronald Vrolijk zo vaak in de archieven zit te speuren naar gegevens dat hij zich nergens meer hoeft voor te stellen.

Zowel bij het Nederlands Instituut Militaire Historie (NIMH) als ook het Nationaal Archief kennen ze hem allemaal bij voornaam.

Als hij daar binnenkomt zegt het personeel direct: Dag Ronald!

Meneer Vrolijk,

Beste Ronald,

Over een paar weken herdenken we weer de Slag om de Residentie die plaatsvond in de meidagen van 1940.

In en rond Den Haag werd toen fel gevochten.

Het is dankzij mensen zoals u dat deze geschiedenis niet vervaagt.

Als medeoprichter van de Studiegroep Historisch Ockenburg heeft u zich vanaf het begin onvermoeibaar ingezet om het verhaal van het hulpvliegveld Ockenburg en de gebeurtenissen van mei 1940 te bewaren.

U doet dit met een grondigheid en respect die diepe indruk maken.

Uw archiefonderzoek, uw gesprekken met veteranen, ooggetuigen, experts en nabestaanden: het zijn stuk voor stuk inspanningen die getuigen van uw vasthoudendheid én uw menselijkheid.

U helpt nabestaanden bij het achterhalen van informatie over gesneuvelde familieleden, ook wanneer het om gevoelige kwesties gaat.

U toont daarbij steeds de juiste balans tussen zorgvuldigheid en discretie.

Uw ontdekking van de Duitse matroos die per abuis als Britse soldaat begraven lag, en uw inzet om dit te herstellen, is daarvan een treffend voorbeeld.

Daarnaast draagt u bij aan publicaties, geeft u rondleidingen en zet u zich in voor het behoud van de zogeheten Schaltbunker als gemeentelijk monument.

Ook buiten de studiegroep bent u van grote waarde.

Als vrijwilliger bij het Atlantikwall Museum, als organisator van tentoonstellingen en gastlessen, en als ondersteuner van herdenkingen op Ockenburgh en Westduin.

Tijdens de lichtjesavond op kerstavond weet u telkens weer luisteraars te raken met uw indringende vertellingen over de eerste gevechten en de mannen die daar het leven lieten.

U maakt voelbaar dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is, maar gedragen wordt door de offers van velen.

Door uw werk blijven hun namen klinken, hun verhalen verteld, hun herinnering levend.

De actualiteit toont aan hoe belangrijk dat is.

Het is mij een eer u de versierselen uit te reiken die horen bij de Koninklijke onderscheiding die u is toegekend.