Toespraak door Jan van Zanen bij de opening van het symposium Holocausteducatie van en voor Haagse docenten, 4 februari 2026
Goedemiddag allemaal,
En voor iedereen die van buiten onze stad hierheen is gekomen: welkom in Den Haag.
Docenten geschiedenis en natuurlijk sprekers Arnon Grunberg en Marc van Berkel, bijzonder hoogleraar Holocausteducatie aan de Radboud Universiteit.
Om te beginnen wil ik mijn dank uitspreken aan iedereen die heeft bijgedragen aan de organisatie van dit symposium.
Een symposium dat draait om de vraag hoe om te gaan met Holocaustonderwijs en hoe de leerlingen daarbij te betrekken.
Goed, dat u hiervoor bijeen bent gekomen.
Goed, dat u dat hier in Den Haag doet.
De stad die in 1940 de grootste Joodse gemeenschap van ons land kende, na die van Amsterdam.
Daarvan was bij het einde van de Tweede Wereldoorlog nog maar een fractie over.
Het aantal ooggetuigen van die oorlog wordt met het jaar minder.
Tegelijkertijd groeit de afstand tussen de leerlingen van nu en de gebeurtenissen van toen.
Bovendien speelt de actualiteit op het wereldtoneel in toenemende mate een rol in het klaslokaal.
De tijd dat de Tweede Wereldoorlog per definitie ons referentiekader was, thuis, op school, op het werk, ligt ver achter ons.
Zelf herinner ik me goed hoe ‘de oorlog’ aanwezig was in ons gezin, zij het op de achtergrond en gelukkig niet op een traumatische wijze.
Zoals meer mensen van mijn generatie herinner ik me wat voor indruk de Amerikaanse televisieserie ‘Holocaust’ eind jaren zeventig maakte.
Later leerde ik mensen kennen die de verschrikkingen van het naziregime aan den lijve hadden ondervonden.
Bijvoorbeeld bij de jaarlijkse herdenking rond het Nationaal Dachau Monument in het Amsterdamse Bos, gelegen in de gemeente Amstelveen, waar ik toen burgemeester was.
In Amstelveen kwam ik in contact met Myrna en Matti Tugendhaft.
Myrna overleefde als meisje Bergen-Belsen, Matti zat ondergedoken maar werd mishandeld.
Eveneens in Amstelveen kwam Jules Schelvis op mijn pad: een van de 18 Nederlandse overlevenden van Sobibor en dé geschiedschrijver van dat vernietigingskamp.
Een kleine, maar bijzonder indrukwekkende man.
Deze twee voorbeelden van persoonlijke contact met overlevenden bracht de geschiedenis van de Holocaust dicht bij mij.
Maar hoe breng je die geschiedenis over aan de jongeren van nu?
Aan jongeren voor wie de Tweede Wereldoorlog echt verleden tijd is.
En die de verhalen ook niet vanuit hun familie hebben meegekregen.
Realiseer me al te goed hoe uitdagend dat kan zijn.
Onwetendheid over de Joodse cultuur en geschiedenis, in het bijzonder de Holocaust, biedt een vruchtbare voedingsbodem aan antisemitisme.
En daarvan zien we helaas een flinke toename.
Graag wil ik benadrukken dat u de gemeente Den Haag aan uw zijde mag weten.
Begin vorig jaar heeft de gemeenteraad een plan vastgesteld ter bestrijding van antisemitisme en ter bevordering van het Joodse leven en de Joodse cultuur in onze stad.
Een grote rol is daarbij weggelegd voor het onderwijs.
De site ‘Eén stad, vele verhalen’, een initiatief van de gemeente Den Haag en partners, ondersteunt docenten en onderwijsinstellingen in onze stad bij deze belangrijke taak.
Zo is er een lespakket over sociale uitsluiting samengesteld naar aanleiding van de documentaire over de verdwenen Joodse buurt in het centrum van Den Haag.
Een buurt waar de meeste mensen in armoede of zeer bescheiden omstandigheden leefden, in weerwil van het antisemitische cliché.
Vanuit het stadhuis kijk ik er vrijwel dagelijks op uit.
Sterker nog: mijn werkkamer blijkt ongeveer op de plek te liggen waar ooit het huis van de ‘rebbe van de Buurt’, Izak van Gelder stond.
Dat komt voor in de indrukwekkende film, gemaakt met medewerking van de gemeente, die sinds vorige week te zien op NPO Start.
Alle leerlingen van Haagse scholen kunnen kosteloos het Nationaal Monument Oranje Hotel bezoeken.
Begin vorig jaar reisden leerlingen van Haagse scholen naar Auschwitz-Birkenau, sommigen van u waren daarbij en zullen beamen hoe aangrijpend dat was.
Er wordt nu gekeken of dit bezoek een vervolg kan krijgen.
Op deze en andere manieren probeert de gemeente u te ondersteunen bij uw werk.
Hoop van harte dat dit symposium u helpt bij het overbrengen van de geschiedenis van de Holocaust.
En dat we zo het antisemitisme een halt kunnen toeroepen.
Een heel goede bijeenkomst gewenst.
En bovenal: dank u wel voor uw toewijding en inzet.
Nogmaals: we zijn er voor u.