Beste Karel,
Vele mensen reiken naar de sterren.
Weinigen weten er zelf een te worden.
Karel, jij bent zo’n uitzondering.
En daarbij stond je niet alleen.
Lange tijd schitterde jij samen met Peter de Jong, zij aan zij als Mini & Maxi.
Generaties Nederlanders herinneren zich nog altijd hoe jullie zonder een woord te zeggen een zaal aan het lachen kregen.
Jullie vierden triomfen, nationaal en internationaal.
Jullie speelden seizoen na seizoen voor volle zalen.
Jullie wonnen met een tv-registratie de prestigieuze Zilveren Roos van Montreux.
Ovationeel applaus en een enthousiast publiek waren jullie dagelijkse beloning.
Maar er was meer.
Jullie werden geridderd, ontvingen de Johan Kaart Prijs en kregen, last but not least, een Haagse stadspenning.
Niet gek voor “een klein clowntje”.
Dat zijn jouw eigen woorden.
Woorden waarmee jij jezelf in je nieuwe biografie meer dan eens typeert.
Er spreekt bescheidenheid uit.
Verwondering zelfs.
Toch was jij als telg uit maar liefst twee muzikale geslachten haast voor het artiestenvak voorbestemd.
Muziek stroomde door jouw aderen en al op jonge leeftijd leerde je prachtig viool en trombone spelen.
Maar muzikant zijn alleen was voor jou niet genoeg.
Je wilde mensen laten lachen.
Iets wat je al deed toen je nog maar een jongetje was.
Op de lagere school moest je op last van je leraren afscheid nemen van je clownsnummer, maar dat verlangen bleef.
Net als de ambitie om aan clowneske humor een geheel eigen vorm te geven.
Uiteindelijk is dat jou, samen met Peter, op bewonderenswaardige wijze gelukt.
Jullie hadden de zeldzame gave om humor, timing en muzikaliteit samen te brengen in een vorm die helemaal van jullie was.
Daarmee werden jullie een voorbeeld voor velen die na jullie kwamen.
Zoals jij zelf onderweg naar de top werd geïnspireerd door de mensen die jij bewonderde.
Je grootste held was misschien wel jouw jong overleden vader, Nico de Rooij.
Een briljant jazzpianist, naar wie in Rotterdam zelfs een straat is vernoemd.
Ook jouw moeder Mimi was jouw heldin.
Na zijn overlijden pakte zij haar viool weer op en zorgde zij voor brood op de plank.
En dan jouw oudere broer Nico jr., met wie je moeder en jij een hechte drie-eenheid vormden.
Ook hij is voor jou een grote held.
Fijn dus dat hij hier vandaag aanwezig kan zijn.
Je broer was het die jou dat beslissende duwtje gaf om toch bij Tom Manders te solliciteren, destijds als Dorus wereldberoemd in heel Nederland.
Je moest er keihard werken voor weinig geld.
Maar je leerde er, naast de fijne kneepjes van het vak, óók Peter de Jong kennen.
Dat was het begin van een warme vriendschap en een heel vruchtbaar theaterhuwelijk.
Peter, Tom Manders, de clown Buziau, Toon Hermans, Joop van den Ende, Paul van Vliet en natuurlijk jouw lieve en sterke vrouw Yvonne: ze inspireerden je, schonken je vertrouwen of steunden je door dik en dun.
Ook op momenten waarop je tegen je grenzen aanliep.
Want jouw levensverhaal laat ook zien dat onstilbaar verlangen, tomeloze ambitie en het credo ‘the show must go on’ soms een prijs hebben.
Je spreekt daar openhartig over in jouw biografie, opgetekend door Dick van den Heuvel.
Een mooi boek, met een intrigerende titel:
“Wat had ik anders moeten worden?”
Ik moet eerlijk zeggen dat ik die vraag liever niet al te serieus overdenk.
De gedachte alleen al.
Want wat zouden wij als publiek veel hebben gemist.
Zoveel prachtige vondsten.
Zo vaak buikpijn van het lachen.
Zoveel onvergetelijke theatermomenten.
Gelukkig werd dat kleine clowntje precies wat het moest worden:
een ster.
Het ga je goed.