Keynote van burgemeester Jan van Zanen Bijeenkomst van het Urban Land Institute – 28 mei 2026, World Trade Centre Amsterdam

Geachte aanwezigen, Geachte leden van het Urban Land Institute,

Laat mij beginnen met een gelukwens. In december is het 90 jaar geleden dat uw organisatie het licht zag. Aanvankelijk gebeurde dat onder een andere naam, maar het idee erachter was hetzelfde: kennis en ervaring delen én onderzoek doen op het gebied van vastgoedontwikkeling en stedenbouw.

Even voor het beeld: de wereldbevolking telde destijds 2 miljard zielen. In de Verenigde Staten – de bakermat van het Urban Land Institute – woonden 128 miljoen mensen. In Nederland waren dat er 8 miljoen.

Kijken we naar nu, dan zien we dat de wereldbevolking is verviervoudigd, de Amerikaanse bevolking is verdriedubbeld en dat er in Nederland inmiddels 10 miljoen mensen méér wonen dan toen.

Hoewel de groei van de wereldbevolking langzaam afvlakt, blijft aanhoudende verstedelijking een gegeven. De uitdaging om te komen tot toekomstbestendige steden is daarom groter dan ooit.

Dat vraagt om ideeën. Dat vraagt om heldere keuzes. Daarom hebben we u, uw kennis en uw denkkracht keihard nodig.

Kortom: als het Urban Land Institute er niet was geweest, dan hadden we het vandaag nog moeten oprichten.

Graag neem ik u in gedachten mee naar Den Haag, de stad die ik sinds zes jaar de mijne mag noemen. Een voorrecht dat ik overigens deel met zo’n 570 duizend andere inwoners.

Wij wonen op een relatief klein oppervlak, wat Den Haag tot de dichtstbevolkte stad van ons land maakt en bouwen tot een grote uitdaging.

Laten we onze virtuele reis beginnen op Den Haag Centraal, van waaruit u de ministeries omhoog ziet torenen.

Grote kans dat we op een protest stuiten bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of op het Malieveld. Want als regeringsstad en centrum van de macht zijn wij ook de demonstratiehoofdstad van Nederland.

Wie wil pootjebaden, hoeft op Den Haag Centraal alleen maar op tram 1 naar Scheveningen te stappen. Wij zijn een stad aan zee en daar zijn we reuzetrots op. Bij ons kun je zandkastelen bouwen van Kijkduin tot aan het Zwarte Pad.

Onderweg ziet u een groene stad aan u voorbijglijden, met mooie parken en brede lanen. Maar wie beter kijkt, ziet ook versteende wijken: het groen in Den Haag is niet gelijk verdeeld.

Ergens halverwege passeren we het Vredespaleis, waar het Internationaal Gerechtshof dit jaar het 80-jarig jubileum viert. Een voortvloeisel van de vredesconferenties van rond 1900, die Den Haag op de kaart hebben gezet als internationale stad van vrede en recht. Inmiddels zijn we gaststad voor meer dan 550 internationale organisaties, tellen we ruim 110 ambassades en meer dan 180 nationaliteiten.

Den Haag is ook een gesegregeerde stad, al valt dat vanuit de tram waarschijnlijk minder op. De klassieke tweedeling tussen ‘het zand’ en ‘het veen’, tussen kakkineuze Hagenaars en volkse Hagenezen, mag tegenwoordig geografisch minder scherp zijn, van eenheid is beslist geen sprake.

De welvaartsverschillen tussen wijken zijn groot. Mensen wonen in dezelfde stad, maar leven in gescheiden werelden.

Zelf zie ik het als een van mijn belangrijkste taken om die werelden te verbinden. Dat doe ik door in gesprek te gaan, door werkbezoeken af te leggen en door ontmoetingen te stimuleren. Ik probeer de tafel te zijn waaraan anderen elkaar ontmoeten.

Als burgemeester heb ik als het ware twee armen: de troostende en steunende arm van de burgervader, en een sterke arm die de openbare orde en veiligheid bewaakt. Juist de combinatie van die twee kanten,

de zachte en de harde kant van het burgemeesterschap, maakt dit ambt bijzonder In september vorig jaar stelde de gemeenteraad van Den Haag de Omgevingsvisie 2050 vast, getiteld: Thuis in een groene metropool aan zee.

Daaraan gingen jaren van participatie vooraf, waaraan meer dan 3.000 inwoners bijdroegen.

Want wat vinden mensen in Den Haag nu echt belangrijk? Wonen, veiligheid, gezondheid en sociale samenhang blijken de meest genoemde onderwerpen.

Ofwel samengevat: leefbaarheid.

Daar moeten we iets mee. Daar wíllen we iets mee. Als bewoners, ondernemers en organisaties. Als gemeenteraad en als stadsbestuur.

Maar de grote vraag is: hoe doen we dat? Want achter deze thema’s schuilen immers forse dilemma’s.

Zo botst de woonwens van de één – of van de pakweg 150.000 andere woningzoekenden in Den Haag – geregeld met belangen van bestaande bewoners. Want nieuwe woningen kunnen uitzicht wegnemen of druk leggen op voorzieningen.

Een ander voorbeeld: Een groenere stad wil bijna iedereen, maar als dat ten koste gaat van parkeren of bereikbaarheid, blijken veel mensen minder enthousiast.

En een levendig uitgaansleven, waar vooral de Haagse jeugd naar verlangt, kan conflicteren met de behoefte aan rust in de buurt.

Steden zijn bij uitstek gemeenschappen waar belangen samenkomen én botsen. Want hoe meer mensen, hoe meer wensen, en dus ook: hoe meer strijdige belangen.

Om daar een weg in te vinden, zijn ideeën nodig. Creatieve ideeën.

Innovatieve ideeën. Verbindende ideeën. Misschien wel die van u.

In Den Haag willen we samen bouwen aan onze stad. Willen we luisteren naar wat er leeft in straten, wijken en buurten. Willen we plekken creëren waar mensen elkaar kunnen vinden, zowel letterlijk als figuurlijk.

De vraag is niet óf we keuzes moeten maken voor de toekomst van onze stad, maar hoe we die keuzes samen maken.

En juist daarin ligt uw kracht en de kracht van het Urban Land Institute: in het verbinden van kennis, praktijk en visie, in het durven kijken over grenzen heen.

De stad van morgen bouwen we samen. En eerlijk is eerlijk: Den Haag kan uw ideeën goed gebruiken.

Zomaar enkele van de vragen die voorliggen: Hoe creëren we draagvlak voor klimaatadaptatie en minder automobiliteit? Hoe verdichten we én vergroenen we tegelijk? Hoe versterken we sociale samenhang in een diverse en internationale stad?

Wie het weet, mag het zeggen.

Ik wil u van harte uitnodigen mijn Haagse collega’s die hier vandaag aanwezig zijn met uw – ongetwijfeld waardevolle – inzichten te bestoken.

Dank u wel.